7.3
De onheilspellende 'Poor Knights'
Pieter Buss
Het water dat zo’n 18 graden is doet me rillen van de kou, maar het is verbazingwekkend wat voor rijke onderwaterwereld de Poor Knights Islands herbergen. Genieten gaat hier vanzelf, tenzij je luchtslang opeens uit je mond floept en je in blinde paniek vanaf 15 meter diepte omhoog zwemt...
Nota bene de eerste duik in je hele leven is er eentje op leven en dood. Zojuist heb ik een flinke sloot zout water ingeslikt en ik raak benauwd. Heb het gevoel dat ik zelfs begin te hyperventileren. Met het wapperende zeewier pal onder onze flippers zitten we nu op zo'n 15 meter diepte, zo zou instructrice Debbie me achteraf vertellen. De vraag hoe de slang uit m’n mond is gevlogen, is opeens totaal niet meer relevant. En hoe grandioos de de meest kleurrijke en imposante vissen waren die ik even tevoren zag, al evenmin. Er telt maar een ding, en dat is overleven.
Het ziet er enkele uren daarvoor nog zo veelbelovend uit. De duikinstructeurs in Tutukaka maken ons warm met de meest kleurrijke en merkwaardige vissen die we zouden kunnen ontmoeten of zelfs aanraken: van ‘longtail-stingrays’ tot ‘morays’ en van zeldzame koraalvissen tot ‘the spotted black groper’. Ronduit hylarisch is de anekdote over de Nieuw-Zeelandse tuatara, een soort leguaan die na het Dinosaurtijdperk flink in omvang is afgenomen. Tegenwoordig is de reptiel niet veel groter dan een ordinaire hagedis. De circa duizend exemplaren die op deze heilige (voor mensen verboden!) Maori-eilandengroep leven, moeten flink uitkijken voor de vogels die er een heerlijk maaltje in zien. Instructeur John verhaalt over tuatara’s die zich uit de voeten willen maken voor de vele vogels, maar schrijnend genoeg in het water kukelen. De afloop laat zich raden. De duikers op de boot hebben maar medelijden met de arme beestjes, maar moeten er toch ook hard om lachen.
Zo gemoedelijk als de sfeer rond –pak em beet- 11.00 uur is, en zo relaxed als ik naar deze ervaring toeleef, zo paniekerig ben ik nu. Ik grijp Debbie stevig bij haar arm en maak in wilde armgebaren duidelijk dat ik geen zuurstof meer krijg. In een logische reflex probeert ze het mondstuk weer terug te plaatsen, maar ik beweeg zo onrustig dat het een onmogelijke opgaaf is. Ze gebaart dat ik de slang zelf weer terug moet plaatsen in m’n mond, precies zoals we ‘s morgens op de boot hiernaartoe geoefend hadden. Maar de paniek heeft zo genadeloos toegeslagen, dat ik me maar aan een ding kan vasthouden: zo snel mogelijk het water uit. In leven blijven! Debbie lijkt de Ernst van de situatie nu duidelijk (en in mijn ogen: eindelijk) in te zien. Haar ogen zijn wijd opengesperd. In haar gelaatsuitdrukking kan ik slechts angst ontwaren. Onder water worden de uitdrukkingen op het gezicht ook nog eens versterkt, hetgeen bij mij alleen nog maar meer stress veroorzaakt. Ze schudt drifting met haar hoofd, om de bevestiging te vragen dat het echt niet goed met me gaat.
The Poor Knights Islands, ontstaan na het uitbarsten van een groep vulkanen miljoenen jaren geleden, worden gezien als een van de tien ‘s werelds beste duikspots, maar dat is me op dit moment een rotzorg. De unieke combinatie van relatief koud water en een zeer enerverend onderwaterleven, waar de Poor Knights zo om bekend staan, laat me nu even helemaal koud. In een flits denk ik aan familie en vrienden. Zal ik ze ooit terugzien? Heeft m’n laatste uurtje, of beter: m’n laatste minuutje, nu geslagen? Dit was het dus, schiet door m’n hoofd. Aan de afspraken die we vooraf met de crew hadden gemaakt, dat ik continu naar de instructrice zou kijken en niets op eigen houtje zou doen, heb ik nu geen boodschap. Ik klamp me vast aan de talloze luchtbellen die zich een weg omhoog banen. Ook al is het water enorm helder; met al dat rif, rotsen, en zeewier om je heen, heb je geen flauw benul van diepte.
Die onduidelijkheid boezemt me nog eens extra angst in. Je zou denken dat je met flippers sneller boven bent, maar de kramp schiet als een ferme trap van een bokser in m’n kuiten. Wellicht veroorzaakt door een combinative van onwennigheid en de stress, iets waar ik normaliter overigens geen last van heb. Maar voor het eerst zo diep onder het wateroppervlak voelt allesbehalve comfortabel, om het nog maar zacht uit te drukken. Tot overmaat van ramp schiet door de spastische bewegingen die ik maak ook nog eens een van m’n flippers uit. Zo heb ik helemaal geen balans meer! De pijn in m’n oren is allang vergeten, en lijkt alweer een eeuwigheid geleden. Waren m’n oren door het drukverschil maar ontploft voor mijn part! Alles beter dan dit onheilspellende gevoel dat aan mijn leven weleens een einde kan komen deze zaterdag.
Mijn gedachten gaan terug naar de kindertijd, toen ik als klein jochie bijna verdronken was in het golfslagbad van Nordhorn- West-Duitsland. Een grapje van vriendjes, die me onder een golf onder water hielden, liep bijna genadeloos af. Nu heb ik alles in eigen hand, althans ik moet mn vege lijf nu zelf zien te redden. Net op het moment dat ik mijn hoop bijna verloren heb, zie ik de onderkant van onze boot. Bijna boven dus! Hoestend en proestend kom ik op adem, terwijl Debbie mijn uitrusting vol lucht pompt, zodat ik zonder problemen blijf drijven. Omdat ik me geneer voor mijn reactie, geef ik aan dat ik ‘slechts’ nerveus werd. Een poging om het nog een keer te proberen, sla ik vriendelijk af. Daarvoor ben ik op dit moment niet klaar. Ooit misschien, als ik mijn moed weer hervonden heb, en besluit om mijn PADI te halen.
Op de boot terug naar Tutukaka geven de weergoden nog maar eens een samenvatting van de dag, die zo’n rare wending kreeg. Het zonnige weer slaat spoorslags om; flinke golven en slagregens geselen de watersporters. Je moet je vasthouden om niet overboord te slaan; het is alsof het zo heeft moeten zijn. Alsof Pluvius daarboven heeft meegekeken met mijn avontuur en daar op zijn manier nu verslag van doet.


