6.8
Yap: Manta's, Manderijnvisjes en Mangroven
Carolien van den Berg
Ik denk even in de Oosterschelde beland te zijn in plaats van Mill Chanel: het zicht is 2 meter, en op 5 meter diepte is het al donker. Het heeft dan ook een aantal dagen behoorlijk gestormd op Yap, en dat is onder water nog steeds te merken.
Ik denk even in de Oosterschelde beland te zijn in plaats van Mill Chanel: het zicht is 2 meter, en op 5 meter diepte is het al donker. Het heeft dan ook een aantal dagen behoorlijk gestormd op Yap, en dat is onder water nog steeds te merken. Na een uur turen in de zandstorm geven we het op: helaas, geen manta’s. Weer aan boord verzekerd onze duikgids Mathias ons dat we zeker manta’s zullen zien gedurende ons verblijf, maar dat de zee hier nog zeker 2 dagen nodig zal hebben om te kalmeren. Misschien dat we aan de andere kant van Yap vandaag meer geluk zullen hebben. Voor de middagduik vertrekken we dus naar Goofnuw Chanel. In het winterseizoen zijn manta’s daar weliswaar zeldzaam, maar deze kant van het eiland heeft minder last gehad van de storm, dus als ze er zijn, kunnen we ze tenminste zien.
Het zicht is hier inderdaad stukken beter, en er ontvouwt zich een kleurrijk tropisch riflandschap. In de stroming positioneren we ons om manta’s te zien. Maar de lucht blijft helder, geen voorbij zwevende reuzenroggen. Mijn aandacht wordt getrokken naar een blaadje dat in de stroming heen en weer dwarrelt. Het dringt plotseling tot mij door dat een blaadje niet tegen de stroming in kan dwarrelen, Ik kijk nog eens goed, en het blijkt een Scheermesvisje te zijn. En er zit nog veel meer klein grut: al snel besluit ik het turen naar manta’s op een laag pitje te zetten, en ik begin aan een ontdekkingstocht op de vierkante meter voor mij in de stroming. In een holletje in het zand zit een perfect gecamoufleerde bidsprinkhaankreeft, en kleine lipvisjes en kogelvisjes dartelen voorbij. Al met al toch een zeer geslaagde eerste duikdag!
De daaropvolgende duikdagen knapt het zicht inderdaad op, en zien we zo nu en dan een schim van een manta. Maar op de 4de duikdag is het echt raak: met goed zicht zien we 2 manta’s cirkelen boven het poetsstation in Mill Chanel. Alhoewel manta’s onze bubbels niet prettig schijnen te vinden, maakt één van hen geregeld een uitsapje van het poetstation om boven ons een “bubbelbad” te nemen. We kunnen er nauwelijks genoeg van krijgen, maar helaas gebied onze computer ons op een gegeven moment om terug te keren naar de boot. Ineens komen we in manta-spitsuur terecht. Maar liefst 6 manta’s zien we achter elkaar langzaam het kanaal in zweven op weg naar het poetsstation. Het is een fantastisch gezicht, en terwijl je ze hier zo ziet is het bijna niet voor te stellen dat deze vissen vroeger duivelsroggen werden genoemd.. We proberen zoveel mogelijk hun vlekkenpatronen op hun buik te onthouden, want op de duikbasis hangt een groot bord met foto’s en namen van de individuele manta’s. De enige die we echt kunnen identificeren is Stubby, niet vanwege zijn vlekkenpatroon, maar vanwege het feit dat hij zijn staart mist..
Naast dit fotobord is ook de rest van het Manta Ray Bay Hotel helemaal ingericht voor duikers. Zo staat er in de badkamer naast de gebruikelijke zeepjes en shampoo een klein flesje talkpoeder. De dagindeling volgt steeds hetzelfde patroon: ’s ochtends ontbijten we aan boord van de Mnuw, een opgeknapte Indonesische Schoener, die nu afgemeerd ligt voor het hotel en dienst doet als restaurant. Daarna vertrekken we om te duiken en blijven de gehele dag op het water. ’s Avonds wordt de Mnuw omgetoverd tot openluchtbioscoop en zijn er op een groot scherm aan dek onderwatervideo’s te bewonderen van diverse bekende onderwaterfotografen die hier gewerkt hebben. Eigenaar Bill Acker heeft op Yap zijn eigen paradijsje gecreëerd. Naast het hotel en de duikschool runt hij ook de “stonemoney brewery” in de lobby van het hotel. Hier staan afgeschermd achter glas 2 grote ketels waarin blond en donker bier wordt gebrouwen dat gretig aftrek vind bij de hotelgasten.
Het nachtleven op Yap heeft boven water weinig spectaculairs te bieden, onder de waterlijn des te meer. Één van de mooiste nachtduiken die je hier kan maken is in de baai voor het hotel bij Rainbow Reef. We varen net voor zonsondergang uit, en onze gids beloofd om ons elk voor een blok koraal te parkeren waar we manderijnvisjes kunnen bekijken. Zo gezegd zo gedaan. Op nog geen 5 meter diepte wijst hij mij een koraalblok aan, en in het eerste maanlicht van die avond komen de manderijnvisjes één voor één schichtig uit het koraal te voorschijn. Ze dansen even rond, en trekken zich dan snel weer terug in het veilige koraal. Soms zie je ze met z’n tweeën een dansje maken. Behalve duikers trekt dit spektakel ook pyjama kardinaalvissen aan. Telkens als een stel manderijnvisjes elkaar heeft gevonden en innig verstrengeld hun sierlijke pirouettes draaien, zijn de kardinaalvissen er als de kippen bij om te snoepen van de eitjes van de manderijnvis. Ook allerlei andere nachtelijke jagers komen te voorschijn of worden actief. Brokkelzeesterren, zeekomkommers en garnalen blijken ineens in grote getale aanwezig.
Na een week spectaculaire duiken is helaas een einde gekomen aan ons verblijf op Yap. Op onze vertrekdag boeken we nog een kano-toer door de mangrovebossen. Door de luchtwortels en het dichte bladerdak zien de mangroven er mysterieus en ondoordringbaar uit. We volgen onze gids Theo diep het bos in, en het eerste wat opvalt is de stilte: zelfs de golven die met donderend geraas breken op het buitenrif hoor je hier niet meer. Zo nu en dan slaat een vogel alarm, maar verder hoor je alleen het ruisen van het water langs je kano en de plons die je peddel in het water maakt. Theo vertelt honderduit over de flora en fauna, en de rol van de mangrovebossen in de traditionele Yapese cultuur. Hier werden bedden vol Reuzenmosselen aangeplant om 3 maanden later geoogst te worden. En de mangroven leverden een houtsoort die geschikt is voor de productie van gebrande kalk, een hulpmiddel dat nodig is om van de plaatselijke lekkernij, bettelnut, te kunnen genieten. Midden in de bossen wagen wij ons op uitnodiging van Theo ook aan de bettelnut: de noot zelf wordt met wat gebrande klak in een blad van de peperboom gevouwen, en dan is het een kwestie van flink kauwen. Het smaakt ongelofelijk bitter, je mond en tanden kleuren rood, en een half uur lang lijkt alles in slowmotion te gaan. Ondanks de slowmotion breekt toch het tijdstip aan waarop we moeten vetrekken. Als afscheid krijgen we nog een traditionele bloemenslinger aangereikt. De reis naar Yap toe is niet gemakkelijk, overstappen in zowel Manilla als Guam en met 9 uur tijdsverschil heb je ook even nodig om te acclimatiseren, maar het is meer dan de moeite waard. Ik droom nog geregeld weg bij de herinneringen aan manta’s, manderijnvisjes en mangrovebossen!


