LOGIN
Hoofdsponsors: Lazywave Duikmagazine
Gemiddelde cijfer
7

Herfst in de Grevelingen

Richard & Marielle de Kok

Nederland | 28-12-2009 | 358x gelezen

De herfst is weer aangebroken. Buiten beginnen de bladeren geel en oranje te kleuren. Het weer wordt wat onstuimiger en regelmatig valt er een bui. Ook aan de waterkant verandert er wat. Is het duikseizoen over, of valt er onderwater nog wat te beleven?


De herfst is weer aangebroken. Buiten beginnen de bladeren geel en oranje te kleuren. Het weer wordt wat onstuimiger en regelmatig valt er een bui. Ook aan de waterkant verandert er wat. In de zomer staan de auto’s vaak kop aan staart en moet je bij sommige duikstekken in Zeeland een paar honderd meter extra lopen om bij de instapplaats te komen. In de (late) herfst verandert dit beeld drastisch. Aan de waterkant wordt het steeds rustiger. Veel duik(st)ers spoelen nog eenmaal hun spullen (althans dat hopen we maar), voordat alles weer voor een paar maanden de kast in verdwijnt. De droogpakkers beginnen aan de waterkant sterk de boventoon te voeren. Op dit moment hebben wij gewacht en gaat ons duikritme wat omhoog. Het water is namelijk best lang warm en het onderwaterleven is ook nog volop aanwezig. Maar wat nog veel belangrijker is: Het Zicht. Het zicht is in de herfst vaak magistraal. Eindelijk kun je een groot deel van het rif eens goed bekijken, zonder dat je als een stofzuiger over de bodem zweeft. Een zicht van bijna 10 meter is zeker geen uitzondering en als je geluk hebt kun je soms zelfs 10plus in je logboek schrijven. Reden voor het goede zicht is dat de meeste voedingsstoffen in het water zijn verbruikt door de rondzwemmende, kruipende en vastzittende onderwaterleven.
 
Daar hang ik relaxt in het water. Mijn buddy zweeft een kleine tien meter bij me vandaan boven het rif. Met grote regelmaat gaan de flitsers af. Goed teken denk ik, vanavond weer veel foto’s te bekijken op de PC. Altijd leuk zo’n after-dive in de avond. Het is vandaag nagenoeg windstil en de lucht is strakblauw. Het zicht onder water is buitengewoon goed. Ik waan mij een beetje in de Middellandse zee. Alleen zitten er wat ‘exoten’ op het rif die er eigenlijk niet horen. De rammelaar van mijn maatje brengt me weer terug in Dreischor. O ja, we zouden snel doorzwemmen naar het gemaal om daar wat groothoek opnames te maken. We zijn de enigen en er zitten maar weinig zwevende deeltjes in het water. De kans bij uitstek dus. Ik ga rustig voor het gemaal hangen en bekijk op mijn gemak de begroeiing. Er hangen flinke plukken zeedraad aan het gemaal. Terwijl ik door mijn buddy wordt vereeuwigd zie ik een donderpad zitten. Het blijkt een groene zeedonderpad te zijn. Je kunt deze gemakkelijk van de gewone onderscheiden, door de aanwezigheid van een ‘draadje’ in de mondhoek. Op het gemaal zie ik ook nog zakpijpen en het paarse buisjesspons. De spons doet zijn naam geen eer aan, want het paars is deze keer ver te zoeken. De kolonie is helemaal geel van kleur. De fotografe knikt en geeft aan dat ze tevreden is en ik ga weer verder met mijn zoektocht. Onder de dwarsbalk van het gemaal hangt veel zeedraad.
 
Ik zoek met mijn lamp naar een van de kleinste wezentjes op het rif. Het is de Tergipes tergipes, ook wel de slanke knotsslak genoemd. Na een paar minuten heb ik er twee gevonden. Bij één van de twee vind ik ook nog een paar eitjes. Het is allemaal millimeterwerk. Ik wacht even tot mijn buddy mijn kant op kijkt en wijs onder te balk. Ik geef aan dat het iets kleins is door mijn duim en wijsvinger op elkaar te doen. Ze begrijpt me meteen. De groothoek wordt op de flitserarm geklikt en ze haalt twee macrolenzen te voorschijn. Ik heb mijn werk weer gedaan en zwem verder in de wetenschap dat deze foto wel een tijdje gaat duren omdat scherpstellen op zulke kleine wezentjes verre van eenvoudig is. Voordeel van het goede zicht is dat je je vrij ver van je buddy kunt begeven zonder elkaar echt uit het oog te verliezen. Ik zit inmiddels al een paar meter dieper op de rand van waar het zand begint. Tijdens het afzakken naar beneden kom ik een jagend botervisje tegen. Het in mijn ogen o zo lieve en vertederende visje, blijkt in de praktijk een vraatzuchtige rover te zijn. Voor mijn ogen verorbert hij binnen no-time een rupsachtig beestje naar binnen. Sindsdien bekijk ik dit ogenschijnlijk vreedzame beestje met andere ogen. Beneden op het zand speur ik naar vlokslakken. Helaas kan ik mijn buddy niet blij maken met weer een mooie naaktslak.
 
Wel treffen we diverse platvissen aan. Platvissen is een verzamelnaam voor onder andere schol, bot, schar en tong. Onder water het verschil zien is echt iets voor het geoefende oog. Zelfs in de zogenaamde after-dive lukt het ons vaak niet om met zekerheid te zeggen of het een schol of schar is. De bot en tong lukken meestal wel, maar voor je een schar tussen een aantal schollen vandaan haalt ben je weer een paar lessen verder. Volgens de kenners hebben scharren een iets kleiner koppie en een gebogen zijlijn net achter de kieuw. Tja, ik zie het niet dus roep ik maar platvis. De zogenaamde platvissen liggen lekker rustig en aan het instemmend geknik van mijn buddy te zien, weet ik dat de close-up van de kop gelukt is. Ik tik mijn buddy aan en wenk dat we weer iets omhoog gaan. Beneden is naast de platvissen meestal niet zo heel veel te beleven. Met een wat diepere ademteug stijgen we langzaam weer omhoog in de groene onderwaterwereld. Het rif bij Dreischor is mooi begroeid en uit de diverse hoeken en gaten wordt ik aangestaard door europese zeekreeften. De grote jongens zitten vaak wat dieper weggekropen en zijn wat voorzichtiger (daarom zijn ze waarschijnlijk ook zou oud en groot geworden). De kleine jongens en meisjes zijn een stuk nieuwsgieriger en lopen ook veel vaker vrij rond. Het is opvallend hoeveel kreeften ik zie ten opzichte van zo’n tien jaar geleden. Het lijken er soms wel tienmaal zoveel als destijds. Sommigen zeggen natuurlijk, dat toen je net dook je een stuk minder goed rond kon kijken omdat je veel meer bezig was met duiken. Dit klopt ongetwijfeld, maar ik ben er zeker van de kreeften het prima naar hun zin hebben in het Grevelingenmeer.
 
Na deze grote jongens ga ik weer op zoek naar wat kleiner spul. Momenteel is er weer een invasie van de slanke rolsprietslak. Deze slak, ook wel de Hermea bifida genoemd, wordt sinds 2004 steeds vaker in Nederland aangetroffen. Het is een echte herfst- en/of winterslak. Een kleine drie jaar geleden kwamen we deze slak op het spoor door de tip van een medefotograaf. Het rare met naaktslakken is dat je ze vaak niet kunt vinden, maar als je ze eenmaal weet te herkennen dan zie je ze meestal met tientallen tegelijk of soms zelfs met honderden tegelijk. Zo ook met deze slak. Op de bovenzijde van het rifje op zo’n 1 à 2 meter diepte bevinden allerlei zachte roodwieren. Hierin zouden de slanke rolsprietslakken zich moeten bevinden. Na nog geen minuut zoeken vind ik er drie bij elkaar. Ik kijk op om mijn buddy te waarschuwen en op hetzelfde moment gaan de beide flitsers weer af. Blijkbaar had mijn buddy de slakken nog eerder gevonden. Een leuk weetje over deze slakken is dat ze een enorme penetrante geur kunnen afgegeven aan het water. In het verleden schijnt het op sommige duikstekken in de Oosterschelde zo erg te zijn geweest, dat je op de dijk al kon ruiken dat de slakjes weer present waren. Ik speur, in de ondiepe wierzone, nog naar nieuwe en onbekende zaken. Ik tref een strandkrab aan die mij verontwaardigd aankijkt en met zijn beide scharen vervaarlijk in het rond begin te zwaaien. Deze krab lijkt niet echt bang voor een duiker van 1.97 meter. Ik wend mijn blik af en zwem verder. Het krabbetje juicht en lijkt te roepen: ”ik heb gewonnen”. We zwemmen het laatste stukje op de zandvlakte richting de instap en kijken hoe de pierenhoopjes worden gevormd. Het is grappig om te zien hoe uit de bodem een soort zandwormpje wordt geperst. Ik ben ook altijd benieuwd hoe het er onder het zand aan toe gaat, maar daar zullen we wel nooit achter komen. Op het moment dat we het wateroppervlak weer doorbreken kijk ik op mijn computer: 70 minuten en eigenlijk hebben we het geen minuutje koud gehad. In de verte zie ik twee duikers op de steiger staan van de naastgelegen duikstek, Dreischor-parking. Het kunstrif van rifbollen hier zal er ook mooi bij liggen. Die duik(st)ers weten het dus ook: duiken in de herfst is zo gek nog niet.


Aantal keer gestemd: 6x 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Gemiddelde cijfer: 7

Reactie Plaatsen
Naam * E-mailadres *
Bericht *