7.8
Ontspannen
Tineke Lemmens
Eigenlijk ben ik hier niet om te duiken. Ik ben tien dagen op Aruba om te werken. Tussendoor probeer ik wat te ontspannen. Twee dagen hou ik het vol om vanaf het strand naar de helderblauwe zee te staren. Dan móet ik gewoon duiken!
Nerveus schrijf ik me in voor een ‘two tank dive’; door alle drukte van de laatste tijd is het lang geleden dat ik heb kunnen duiken. Bovendien is mijn vaste duikpartner er deze keer niet bij. Eerst slapen. Hoewel… Allerlei gedachten spoken door mijn hoofd: wat moet ik morgen meenemen voor het duiken – is het wel slim om te gaan duiken nu ik me zo moe voel – van wie was die gemiste oproep terwijl ik in het vliegtuig zat – misschien ging het over werk – niet vergeten mijn mail te checken – wat zou mijn man thuis aan het doen zijn – ik ben zo moe, waarom kan ik dan niet slapen – waar zijn ze buiten toch mee bezig – hoe vaak is dat karretje van de schoonmaaksters al langs de kamer gereden? De eerste duik staat gepland op het wrak van de Antilla, een Duits vrachtschip uit de Tweede Wereldoorlog. Het werd destijds door de kapitein zelf tot zinken gebracht om te voorkomen dat het in handen zou vallen van de geallieerden. Het is het grootste wrak van het Caribisch gebied en ligt op een diepte van vierentwintig meter, zeggen ze. Is het wel verstandig om dit te doen? Ik had liever eerst een rustige, ondiepe duik gemaakt, in plaats van ineens naar een groot, diep wrak te duiken. Maar ik kan toch zeker duiken! Het was zelfs ooit mijn droom om divemaster te worden.
Met de zenuwen in mijn lijf spring ik overboord, het verkoelende zeewater in. Nu gaat het beter; dit voelt vertrouwd. We dalen af en direct zie ik het wrak al onder ons op de zeebodem. Dat is lang geen vierentwintig meter diep, vijftien meter hooguit! Ik ontspan nog meer, trim me uit en ga in een comfortabele zwemhouding hangen. Ik kan het nog. Op ons gemak zwemmen we met een kleine groep duikers rond het wrak. Rustig draai ik me op mijn rug. Boven me steken de contouren donker af tegen het door water gefilterde zonlicht. Vissen bewegen in vanzelfsprekende harmonie, alsof ze met onzichtbare draadjes aan elkaar verbonden zijn. Overal op het wrak groeien grote gele buissponzen en de divemaster wijst me op bijzondere vissen en onderwaterbeestjes. We vinden verschillende octopussen in hun holen en een zit er prachtig fotogeniek tussen de brokstukken. Had ik nu mijn camera maar meegenomen. Waarom heb ik dit zo lang niet gedaan? Duiken is mijn meditatie: je richt je op het moment en de plek waar je bent, in plaats van in je hoofd honderd dingen te bedenken die óók nog moeten… Geen wonder dat alles de laatste tijd zo hectisch leek, ik had meer moeten duiken!
‘Je hebt het niet slecht getroffen hier,’ zeg ik tegen de divemaster als we tussen dolfijnen en vliegende vissen terugvaren naar de haven. ‘Dit is een prima baan!’ ‘Tuurlijk,’ antwoordt hij. Maar in zijn reactie hoor ik doorklinken dat het werk ook zijn negatieve kanten heeft. Zelf kan ik alleen nog maar denken aan duiken. Ik schrijf me opnieuw in voor twee duiken. Herinneringen aan oude dromen komen boven terwijl ik de volgende dag naar de duikschool wandel. Hoe zou het zijn om een poosje op zo’n tropisch eiland te wonen, te werken als divemaster, elke dag in de Caribische zee te duiken? Wonen op een klein zeiljacht, dobberend op azuurblauw water…
Aan mijn dagdroom komt abrupt een einde als ik bij de boot van de duikschool arriveer; het is opeens een stuk drukker dan gisteren. Veel beginnende duikers aan boord, weinig begeleiding. Een meisje weet niet hoe ze het trimvest aan de fles vast moet krijgen, drie mensen zoeken naar lood en loodgordels, losse uitrustingsstukken liggen verspreid over de banken en de vloer, het lijkt alsof er niemand is om te helpen. De divemaster van vandaag vertelt lachend grappige verhalen. We gaan met de hele groep tegelijk te water. Sommige mensen kunnen hun oren niet klaren, anderen hebben te weinig lood. Het duurt lang voordat we uiteindelijk op weg zijn. En dit wordt wèl een diepe duik: naar de wrakken van twee vliegtuigen op, juist, vierentwintig meter diepte. De groep stuitert alle kanten op; de een zwemt naar links, de ander naar rechts en de volgende zweeft meters boven ons. Op het moment dat we bij de vliegtuigen aankomen, zwemt een andere groep duikers ons tegemoet. Wat een drukte! Ik probeer niet te denken aan wat er allemaal mis kan gaan, maar in gedachten zie ik al mensen achter de verkeerde groep aan zwemmen, verdwalen en zonder lucht in paniek raken.
Van het eerste vliegtuigwrak is niet meer over dan wat verspreide brokstukken. Het tweede vliegtuig staat rechtop op de bodem, neus iets omhoog gericht alsof hij elk moment zou kunnen gaan opstijgen. Het is een surrealistisch beeld en de rampscenario’s die net nog door mijn hoofd spookten, zijn verdwenen. We volgen de divemaster naar de ingang van het vliegtuig, net achter de neus. Vanaf daar is het mogelijk om een heel stuk door het wrak te zwemmen, schuin naar beneden, naar een uitgang enkele meters lager. De divemaster gebaart dat we naar binnen kunnen. Langzaam volg ik mijn buddy het wrak in. Opeens, midden in de nauwe tunnel, stopt ze. Wat is er mis? Is ze in paniek? Ze geeft aan dat er iets niet goed is met haar oren. Is het dat, of is ze bang? Angst voor de gesloten ruimte? Hoe dan ook: we moeten naar buiten! Ik zoek om me heen naar de veiligste weg het wrak uit. Doorzwemmen naar de uitgang is geen optie want dan moeten we nog verder naar beneden. Als ze echt niet kan klaren, moeten we omhoog! Ik draai me om. De terugweg lijkt geblokkeerd door de duikers achter ons. Wat nu? We móeten eruit! Dan is de divemaster bij ons. Geroutineerd, rustig en zonder problemen begeleidt hij ons het wrak uit en even later bereiken we met de hele groep veilig de boot. Ik had me nergens zorgen over hoeven maken.
Werken als divemaster op een tropisch eiland zet ik maar uit mijn hoofd. Wel neem ik me voor om in de toekomst vaker de wereld onder water te bekijken. Om te ontspannen, vooral om te ontspannen.


