7.4
Een geweldig Zeelandweekend als beloning voor een duikreisverhaal
Harry Brummelhuis
Op een avond in januari 2009 komt er een uitnodiging van Lazywave in mijn mailbox. Ik ben welkom op hun stand op de duikbeurs in Utrecht. Ik wil dit bericht net gaan wissen als ik me realiseer dat ik enkele duikreisverhalen heb ingezonden. Normaal ben ik niet zo’n beursganger, maar Jan, één van mijn buddies heeft mij al enkele keren gevraagd mee te gaan. Dus meld ik me aan.
Enkele weken later ben ik om 10.00 uur op de stand van Lazywave en Duikmagazine. Een meisje spreekt me aan bij mijn naam en kent ook de verhalen die ik heb ingestuurd. Ik sta perplex. Hoe weet ze dat allemaal? Dan zie ik een fotowand met alle inzenders erop. Ook een wereldkaart met alle beschreven duikstekken. Alle aanwezige schrijvers krijgen een blauw shirt. De hele dag roept dit herkenning op en gesprekken met medeschrijvers. Om half twee is de prijsuitreiking. Na enige tijd hoor ik de jury enkele passages uit mijn duikreisverhaal voorlezen. Het blijkt dat ik een Zeelandweekend heb gewonnen met dit verhaal.
Dus sta ik in september in Zeeland voor hotel De Kabbelaar. Binnen is het druk, maar Shirley weet meteen wie ik ben. Ik wordt voorgesteld en kan meteen aangeven wat ik wil eten. Naast mij zit Jan en ook met anderen raak ik snel in gesprek. Het begin is veelbelovend. Na de maaltijd maken we ons klaar voor de nachtduik. Je hoeft alleen maar over de dijk het water in. Ronald is de gids en met ons vieren zien we tientallen zeekreeften en Noordzeekrabben. Het zicht valt iets tegen, maar je kunt niet alles hebben. Daar zie ik nog een groene zeedonderpad. Daar nog één. Nee toch niet. Dit is een grondel. Na de duik de spullen spoelen. Dat is goed geregeld. Alle faciliteiten zijn voorhanden. Ook opladen van duiklampen kan in je eigen locker. Snel douchen en dan een paar afzakkertjes in het restaurant. Om half twee naar de kamer.
De volgende ochtend om 8 uur een goed ontbijt. Velen zullen dit weekend de praktijkmodules oefenen voor hun OWD of AOWD-brevet. Wij gaan naar Preekhil. Ook al heb ik al 50 duiken gemaakt in Zeeland, daar ben ik nog nooit geweest. Je moet wel vrij ver lopen voor je te water kunt. Maar al pratend heb je dat nauwelijks in de gaten. Bij de instap wemelt het van de zeedruifjes. Deze kleine kwalletjes lichten fluoriserend op als je er met de duiklamp op schijnt. Verder natuurlijk weer kreeften en krabben. Snel eten na terugkomst, want de Zeelandbrug staat op het programma en om half drie is de kentering. Daar ben ik al 2 keer geweest, maar nu bezoeken we de 2e pijler en die is wel nieuw voor mij. Om kwart over twee gaan we te water. Het is nog afgaand tij. Om de pijler niet te missen, gaan we er boven water naar toe. In de luwte van de pijler dalen we af. De pijler is erg mooi begroeid met anemonen, zakpijpen en andere organismen. Zie je boven water maar één pijler, onder water ligt een dwarsbalk met drie steunpilaren. We zwemmen iets boven de bodem rond deze drie pijlers. Er zwemmen een aantal grote vissen weg. Zijn dit zeebaarzen? Het kunnen ook kabeljauwen of harders zijn. De bodem is bezaaid met brokkelsterren. Ook de onderkant van de dwarsligger is mooi begroeid. Bij deze pijler zie je niet veel duikers. De meeste blijven bij de oever en de eerste pijler. Op kompas terug naar de eerste pijler. De kentering is voorbij en de vloed begint op te komen. We drijven blijkbaar wat af, want we missen de eerste pijler. Wel vinden we nog een mooi begroeide constructie. Er zitten een aantal steenbolken,die ons nieuwsgierig aankijken. Deze vissen zie je ook vaak op wrakken. Een stukje oostelijk van de brug komen we weer boven water.
Bij terugkomst in Scharendijke hebben we even tijd om te chillen. De opleidingsduiken zijn net over de dijk nog in volle gang. Het is een mooi gezicht,al die duikers in een kring rond de instructeur. De fles wordt weer gevuld en dan is het tijd voor de barbecue. Jan kan er niet bij zijn. Hij is zodanig gevallen,dat hij naar het ziekenhuis moet. Marco en Ronald brengen hem ernaar toe. Pas later op de avond zijn ze terug. Er is in overleg met de Kabbelaar voor gezorgd dat ze toch te eten krijgen. Toch wel gemakkelijk dat alles voor je geregeld wordt. Bij mijn eigen duikclub zit ik in de evenementencommissie en ben ik vaak bezig om zaken te regelen. Wel samen met anderen, maar toch ben je dan medeverantwoordelijk voor een vlot verloop van de zaken. Maar nu hoef ik niks te doen en iedereen vraagt regelmatig of ik het naar mijn zin heb. Shirley vraagt of ik mee wil met de nachtduik bij Den Osse Kerkweg. Natuurlijk ben ik van de partij.
Het begin is al veelbelovend. Tussen de betonplaten zie ik een vorskwab. Die zie je niet vaak. Ik sein met de lamp naar mijn buddy’s. Ook zij zijn enthousiast. Dan nog enkele gewone zeedonderpadden en even later weer een groene zeedonderpad. Deze groene soort is wat kleiner. Bij de reefballs blijven we een tijdje hangen. Ook daar weer een vorskwab. Het is eigenlijk maar een raar soort vis. Een grote kop met een staart eraan. Het lijf ontbreekt zo te zien. Dan terug naar de steiger. Marvin seint met zijn lamp. Hij heeft een botervis gespot. Kronkelend maakt dit visje zich uit de voeten. Even later seint hij weer. Ditmaal een zeenaald. Natuurlijk hebben we ook weer vele kreeften en krabben gezien, maar de vorskwabben, botervisje en zeenaalden maken de duik meer dan de moeite waard. Als we boven komen,vertellen we enthousiast wat we gezien hebben. Andere duikers hebben ook sepiola’s gezien. Dat is nou jammer. Ik weet van een duik afgelopen voorjaar hoe leuk deze speelse kleine inktvisjes zijn. Terug in de Kabbelaar is het zomaar weer half twee en dus bedtijd.
Om 7 uur wordt ik wakker. Mijn kamergenoten moeten op voor hun laatste opleidingsduik. We moeten om 10 uur uitchecken, dus moet deze duik nog voor het ontbijt plaatsvinden. Ik draai me nog maar eens om. Als ik om 9 uur aan het ontbijt ben is het nog vroeg genoeg. Om 10 uur ben ik klaar om te vertrekken. Niet iedereen is nog zover. Op het terras praat ik nog even gezellig met enkele medegasten. Dan zien we een parkeerwachter. Verhip. Ik had vanaf 9 uur een kaartje moeten hebben. Karel en Marvin zien de man ook. We proberen zo nonchalant mogelijk naar onze auto’s te lopen. Via de normale afrit het terrein verlaten, lijkt ons te gevaarlijk. Stel dat hij ons toch aanhoudt. Gelukkig kunnen we ook achterom. Een beetje gas en we zijn al onder aan de dijk. Daar kan de auto ook wel staan. Lopend gaan we terug naar het terras. Niet iedereen had geluk. Wij wel. Wij hebben ons € 50 boete bespaard.
In colonne rijden we naar de Oesterdam bij Tholen. Bij de Bergse Diepsluis aldaar mogen ook de duikers, die vanmorgen hun brevet gehaald hebben, onder water. Al is het getijdenwater, de open zee is zover weg dat hier nauwelijks stroming is. De TomTom leidt ons via allerlei kleine weggetjes naar de juiste bestemming. Alleen op het laatst raakt dit apparaat het spoor bijster. Omdat ik dit al eerder heb meegemaakt, weet ik waar ik heen moet en rij dan voorop in de goede richting. Rob, Ralph en ik willen naar de mosselcultures even verderop. We lopen over de dijk een eind in de goede richting. Het heeft ook als voordeel dat we geen last hebben van de andere duikers. Helaas blijken de touwen met mosselen verwijderd te zijn. Dan maar terug op een diepte van zes à zeven meter. Als we boven komen staat Eric klaar met koek en een drankje. Het weer is prima, zodat we na alle duikspullen opgeborgen te hebben kunnen genieten van het zonnetje. Het is uitzonderlijk warm voor de tijd van het jaar. Om 3 uur neem ik afscheid, want ik moet nog 270 km rijden. Om half zeven ben ik weer thuis van een gezellig weekend. Ik heb veel leuks gezien onderwater en gezellig gebabbeld met mededuikers. Als je samen dezelfde hobby hebt, kun je toch een leuke tijd hebben met elkaar, ook al heb je elkaar pas leren kennen. Er zijn ook vele foto’s gemaakt. Die zal ik nog regelmatig bekijken om de prettige herinneringen weer op te roepen. Ook het schrijven van dit verhaal, maakt dat het weekend weer herbeleefd wordt.

