Vervuld verlangen naar hedendaagse bommenwerpers
Pieter Buss & Harrie van der Lubbe
Vanuit verschillende kanten komen ze voorbijschieten, die immense bommenwerpers. Links, rechts, je blijft maar kijken, vol bewondering en met je hart in de keel. De adrenaline giert door je lichaam, maar je moet rustig blijven, liggend op het zand met flessen perslucht op je rug. Maak je teveel belletjes dan zwemmen ze geheid weg. Over de succesvolle jacht op de imposante manta-roggen. Nota bene op je huwelijksreis met de vrouw van je dromen…
Welkom in de wondere wereld van Micronesië, een eilandengroep in de Stille Oceaan, omsloten door de Fillipijnen, Papoea-Nieuw-Guinea en in het zuidwesten Indonesië.
Hier moet het dan gebeuren voor Harrie van der Lubbe en zijn kersverse vrouw Vanessa, op deze 6e juni 2008: de ontmoeting met die gracieuze en ontzagwekkende manta’s. Want dat zijn ze zeker, met een spanwijdte van zo’n 3,5 meter. Op eerdere duikvakanties naar Bali en Hawaii hadden we de roggen tot onze grote teleurstelling niet gezien. Maar in de lagune van Yap, een van de vele eilandjes van Micronesië, en op de eerst pitstop van onze huwelijksreis, was 100 procent manta-zekerheid gegeven. Misschien wel de enige plek op aarde met die garantie, want manta’s zijn zeldzaam in de wereld.
Dit lava-en vulkaangebied is een waar walhalla voor ze. Elk jaar komen ze terug voor de natuurlijk ontstane poetsstations, waar de manta’s worden schoongemaakt door ontelbare visjes. Ze zwemmen langs de kieuwen, en gaan op ze zitten om poliepen en parasieten op te eten. Zouden we oog in oog met ze komen te staan? Je hoopt er in ieder geval eentje te zien, die je met een beetje geluk ook nog eens bijna kunt aanraken.
Nerveus
De voorbereiding is veelbelovend. We verblijven in het Manta Ray Day Hotel, dus denken dat het helemaal goed zit. Voor de zekerheid vragen we het hotelpersoneel nog even naar de reusachtige roggen. ‘In principe zouden die er moeten zijn’, klinkt het weifelend.
Dan worden we zenuwachtig: zijn we dan weer voor de gek gehouden door al die reclamespotjes? Het vertrouwen brokkelt verder af als onze gids zegt dat het niet het seizoen is voor de vissen en hij ze gisteren niet gezien heeft. We moesten wachten, vooral wachten om kans te maken op een ontmoeting.
De eerste duik op het poetstation is een test in de Valley of the Rays (vallei van de roggen). Groot is de opwinding als ik om me heen kijk en achter me opeens een groot silhouet naderbij zie komen. Maar als het over de zandheuvel glijdt, kan ik aan z’n slanke postuur en de dreigende rugvin zien, dat het geen manta is maar een vrij grote grijze rifhaai.
We worden er desperate van. Verderop de Valley of the Rays doen we een nieuwe poging. Want we gaan Yap niet verlaten voor we ze gezien hebben. Op onze knieën zitten we in het zand bij een een soort kleine heuvel, een ander poetsstation. Liggen en rustig ademhalen, is het devies. Als je teveel belletjes maakt, dan zwemmen de manta’s weg. Ze houden niet van belletjes namelijk. De adrenaline giert door je lichaam, maar je weet dat je je gedeisd moet houden. Bovendien: als je onrustig bent, verbruik je meer lucht en kun je minder lang duiken…We kijken naar elkaar, een groepje van zo’n zes duikbuddy’s. En gebaren naar elkaar, proberen de aandacht te trekken door met de vingers naar onze ogen te wijzen.
Plots doemt aan de linkerkant een soort reusachtig vierkant op, in de glinstering van de zon. Pas als het dichterbij komt, kan ik de brede mond onderscheiden, de twee vleugelkleppen, een grote witte platte buik en een korte staart. Onze eerste manta-ray ooit! Nog voordat we er goed naar kunnen kijken, zwemmen er vanaf de rechterkant twee over. En als we omkijken nog eens drie. Jackpot! Het is adembenemend. Letterlijk. Als ik op dat moment de tijd zou hebben, zou ik de lucht in m’n fles per ademhaling zien slinken.
Het lijken wel slagschepen. Of vliegtuigen, die na elkaar op de landingsbaan aankomen. Ze maken een grote bocht en sluiten dan weer achteraan in de ‘rij’ aan. Zo gaan twee manta’s wel een half uur tot drie kwartier rond. Ik kan niet stoppen met filmpjes en foto’s maken tot m’n onderwatercamera vol zit. Nauwelijks meer dan twee meter glijden ze over je hoofd. Van boven lijken vissen eng en vies, maar van onderen niet. Het is net alsof je erbij hoort, je voelt je een met de natuur. Het enige wat je wilt is ze aanraken, maar dat is gevaarlijk. De locals zijn afhankelijk van toerisme. We willen er niet verantwoordelijk voor zijn dat de manta’s deze lagune voorgoed gaan verlaten.
Boven water is het even later een en al feest. De kreten ‘yes’ en high fives zijn niet van de lucht. Nu pas kun na zo’n lange tijd onder water je de euforie in woorden uitdrukken. Je kunt niet stoppen met praten, zo groot is de kick. Over en weer vraag je wat je hebt gezien. De gids vertelt nog dat de manta’s stuk voor stuk uniek zijn. Dat de locals ze ieder een andere naam hebben gegeven, en dat ze te herkennen zijn aan de tekening op de buik. Voor ons zijn ze niet uit elkaar te houden. Ja eentje dan, die zwom zonder staart.
Het is meer dan een droomhoneymoon gebleken. Vorige maand kwam het euforische gevoel weer in alle hevigheid terug. De BBC zond een documentaire uit over Yap. Zie je op highdefinition-kwaliteit precies hetzelfde shot van de manta’s, in precies dezelfde omgeving als die je hebt gezien op vakantie…Dan weet je even niet wat je moet zeggen.

