LOGIN
Hoofdsponsors: Lazywave Duikmagazine

Lord of the Blue Rings

John van Lent

Indonesie | 06-01-2009 | 343x gelezen

‘Is goed jonge…...’ klinkt het gedempt en bijna onverstaanbaar achter me. Achterom kijkend zie ik dat deze verwrongen klanken zich een weg banen langs de restanten van een gekookt ei. Laatste hap van een snel ontbijt. ‘Is goed jonge....’ Het meest gebruikte zinnetje van mijn buddy Toon. Onbewust waarschijnlijk. Deze keer antwoord gevend op mijn vraag of we vanmiddag ook nog samen zullen gaan duiken. We lopen behoedzaam als twee afgekeurde balletdansers over het warme vulkanische strand van noordoost Sulawesi. Blootvoets. Het zwarte zand, als door de duivel zelf aangestoken, brandend onder onze voeten. Nog een paar meter en het eerste water kruipt blussend onder mijn voetzool door. Dit is Lembeh Straat, een hemelse plek voor duikers. Onderwater dan wel.

Na een kwartiertje varen kleden we ons snel om. Vinnen, duikmes, loodgordel, stabjack, fles, ademautomaat, snorkel en masker vinden zich een weg naar hun vertrouwde plaats. Onder dat alles draag ik ook nog ter bescherming een 2mm fullbody wetsuit. Dát hoefde voor Toon echter niet: ‘Allemaal extra gewicht wat je mee moet sjouwen’ en ‘ik heb van mezelf al een ingebouwd neopreen pak’ is zijn steevaste redenatie. Althans, ...... tot en met vandaag. ‘Zullen we dan maar’ vraag ik zijn richting op kijkend. ‘Is goed jonge......’ is het verrassende antwoord.

Na de buddycheck laten we ons met een achterwaartse koprol in het Indonesische water afzakken. Langzaam voel ik het verfrissende water via de nek mijn pak binnenstromen waar het geleidelijk de temperatuur van mijn lichaam aanneemt. Alsof je onder een koude douche langzaam de warme kraan opendraait. Stukje bij beetje komt de bodem op ons af, een uitgestrekte glooiende zwarte zandplaat lijkend op een nog te belijnen asfaltweg. Maar schijn bedriegt! En dat wisten we. Goed kijken is het motto. Alles wat maar enigszins opvalt op deze autoloze snelweg heeft gegarandeerd wat interessants te bieden. Daar staat de straat van Lembeh nu eenmaal bekend om. Toon zwemt voorop, ik volg, rustig om ons heen kijkend als twee ervaren schatzoekers speurend naar hun welverdiende pensioen. Recht voor ons doemt uit de afgekoelde lava een driehoekige vorm op. Geel /bruin met zwart/witte plekken. Het voorwerp verroert zich niet. Op anderhalve meter afstand zie ik ook dat er nog een paar ogen in de bewegingloze vorm zitten. Nog een stukje dichterbij. Naast de ogen zit een mond die de op een wigwam lijkende kop in tweeën lijkt te splitsen. Een slangenaal! Alleen de kop steekt recht uit het zand omhoog, de rest van het lange langwerpige lichaam zit verscholen onder het zwarte gruis. De rechterhand van Toon beweegt langzaam richting snake-eel om te zien of er wat leven in het beest te bespeuren is. Steeds dichterbij tot op een tiental centimeters wappert hij steeds heftiger voor de neus van de aal, alsof het een koninginnedag vlaggenwapper wedstrijd betreft. Nog steeds geen beweging. Toon kijkt me vanachter z’n duikbril met een paar grote vragende ogen aan. Ik schud snel mijn hoofd heen en weer, een geluidsloze ‘nee.. niet doen!’ overseinend. Mijn boodschap wordt gelukkig begrepen. We zwemmen vredig verder, de aal in alle rust maar met een verhoogde hartslag achterlatend.

Het lichte gevoel van ongenoegen over het gedrag van mijn buddy verdwijnt als sneeuw voor de zon als ik recht over een rustig voortkruipende zeekomkommer stuur. Een exemplaar met een lengte van zeker een halve meter. Met een vorm van een aangekoekte deegroller, de naam van een goedkope groente, zonder schijnbare voor of achterkant maar met een prachtige structuur van grijs/bruin en witte tinten heb ik hier toch echt te maken met een levend dier. Een saaie groene huis, tuin en keuken komkommer zou er jaloers op worden. En er struint warempel een poetsgarnaal op rond die op zoek is naar wat lekkers. De parasieten die de komkommer kan missen als kiespijn worden door de emperor shrimp met zijn pincetvormige voorpoten vakkundig geëpileerd en toegevoegd aan zijn eigen lichaamsgewicht. Dit is een van de vele fascinerende symbiose die de onderwaterwereld rijk is.

Achter de zeekomkommer zie ik een bekend soort koraal. Een mooie volle oranje gorgonen waaier. Van hetzelfde soort waarin ik gisteren nog tevergeefs naar een pygmee zeepaardje heb gezocht. In dit soort koraal moeten ze toch echt zitten volgens de duikgids van het resort. En hij kan het weten. Ik ga op onderzoek uit en mijn oog valt direct op wat wits in een vertakking in het midden van de oranje waaier. Beheerst ga ik nog wat dichterbij en geloof het of niet......Bingo! Een pygmee zeepaardje! Maar liefst 2 centimeter groot. Gisteren zo lang naar gezocht en niet gevonden en nu zwem ik er zo tegen aan. Geluk is met de dommen. Soms. In dit pygmee exemplaar is echter weinig paard te herkennen in tegenstelling tot de meer gangbare exemplaren zoals het doornig zeepaardje.

Als je van vreemde schepsels houd dan ben je hier in de Lembeh in de juiste straat. Zo ook de gele hengelaarsvis die met z’n kikkerachtige lichaam liever rondhuppelt dan zwemt. Met een inklapbare op een hengel lijkend uitsteeksel, met een pluimpje aan het uiteinde, probeert deze een prooi te lokken. Om deze op het juiste moment razendsnel op te zuigen, de prooi verdwaasd in zijn grote uitschuifbare bek achterlatend.

Een stukje verder zwemmend doemt er een rotsblok op ter grootte van een stoeptegel. Vlakbij zie ik dat er twee paarsgerande naaktslakken op rondschuifelen. In slow motion krioelen ze om elkaar heen elkaar teder aftastend alsof het hun eerste ontmoeting is. Het achter hun aanslepend slijmspoor doet echter anders vermoeden. Ik kijk naar mijn buddy en probeer te ontdekken waar hij mee bezig is een paar meter verder. Rustig zwem ik naar hem toe. Toon is duidelijk geamuseerd bezig. Sloom maakt hij kronkelende bewegingen met zijn rechterarm. Het stokje en het dweilorkest ontbreken echter.
Het lijkt wel of er wat over zijn arm heen kruipt, al kan ik niet zien wat het precies is. Stukje dichterbij. Plots slaat de schrik me om het hart. Shit Toon!! Dit is een blauwgeringde octopus!! Een van de giftigste dieren ter wereld! En Toon is ermee aan het spelen alsof het een gratis knuffel van de Albert Heijn is. Het slechts 10 centimeter lange beestje ziet er met zijn geel gekleurde lichaam waarop de fel blauwe ringen zich duidelijk aftekenen betoverend uit. Het kronkelt zich om Toon z’n blote armen omhoog richting schouders en nek. Moet nu ingrijpen! Wel rustig blijven! Het blauw geringde gevaar mag zeker niet schrikken, niet van mij en niet van Toon. Toon aanraken om zijn aandacht te trekken is geen optie, elke door hem gegenereerde beweging kan verkeerd geïnterpreteerd worden door onze geringde vriend en zit ik straks met een lijk in plaats van een buddy. Snel trek ik mijn snorkel onder mijn maskerband vandaan. Met het ene uiteinde van de snorkel in mijn hand steek ik de holle pijp langzaam richting Toon’s bovenarm, waar de mini inktvis onderzoekend rondkruipt. Toon ziet me nu. Gelukkig maakt hij geen octopus onvriendelijke bewegingen. Hij zal wel denken dat ook ik met zijn nieuwe aanwinst wil spelen. Goed zo. Behoedzaam als een openhart chirurg met z’n eerste levende patiënt manoeuvreer ik de plastic pijp onder de tentakels van de achtarmige bandiet die langzaam van wit naar donkerbruin verkleurt om vervolgens in geel te veranderden. Zijn blauwe ringen de ene seconde onzichtbaar en de volgende alsof ze licht uitstralen. Een schouwspel waar je uren naar kan kijken, alleen nu even niet. Toon, de inktvisvanger van Hamelen, kijkt toe hoe het 10 centimeter grote monster z’n tentakels om mijn snorkelpijp heen laat vloeien. Beheerst til ik hem op, de pijp van mijn buddy af wendend richting bodem. Met een ferme polsbeweging breng ik het weekdier in onbalans en dwarrelt hij neer naast een paar brokken koraal. Als een bliksemflits schiet het gifwonder ertussen.
We kijken elkaar aan, een frons duidelijk zichtbaar vanachter z’n masker, schouderophalend. Verbazing. Over mijn actie uiteraard. Een uurtje later zal zijn verbazing alleen nog maar toenemen als we weer terug zijn op het resort.

Onderweg terug naar de oppervlakte passeren we nog een trompetvis die perfect uitgetrimd, verscholen in en bos vertakt koraal, ons geen moment uit zijn oog verliest. Z’n grote bolle ogen continu met ons meedraaiend.

Op de balie in de duikshop ligt te midden van een stapel onderwaterlectuur het boek dat ik een dag of wat eerder al had doorgebladerd: “gevaarlijke zeedieren”. Speurend langs de ezelsoren op de verweerde pagina’s vind ik wat ik zoek. De foto lijkt sprekend op het orakel dat ik van mijn snorkel had afgeschud. ‘Lees dit maar eens even Toon’ zeg ik, hem het opengeslagen boek aanreikend. Toon begint te lezen, sommige passage’s hardop: ‘Deze ringen worden fel blauw als het dier verstoord of kwaad wordt......’, ‘het vergif is 270 keer krachtiger als dat van de meest giftigste landslang......’, ‘jonge blauwgeringde octopussen van 25 gram hebben voldoende vergif om 750 kilogram konijn te verlammen, overeenkomend met tien volwassenen van 75 kilogram.....’. Stilte. ‘Kom, we gaan even wat drinken’ hoor ik mezelf zeggen. We verlaten de duikshop en lopen naar het schaduwrijke met wuivende palmen omsingelde restaurant. Ik ga zitten en schuif de stoel aan tegen het overhangend witte plastic tafelkleed wat zojuist met een iets te vochtig doekje is afgenomen. Toon gaat tegenover me zitten en legt het nog opengeslagen boek op het kleffe kleed. Z’n ogen verraden dat hij nog leest. Zijn gezicht lijkt nu meer op het vale tafelplastic dan op een zon en zee aanbiddende vakantieganger. ‘Hij lijkt wel een ander mens geworden’, schiet het door mijn hoofd..... toch maar even checken...... ‘Biertje?’ vraag ik spontaan.
‘Is goed jonge....’ antwoordt Toon. Die dag is er niet meer gedoken.