Aan het lijntje gehouden!
Lambertus Ras
04 juni 2006: Boomgaardplas - Kapel Avezaath. Baars, snoekbaars, paling, snoek, pos, brasem, blankvoorn, rietvoorn en verschillende karpersoorten zijn vissen die je in deze duikstek tegen kunt komen. Duikers en hengelaars kunnen hier hun passie naar hartenlust uitoefenen. Ik dook als 1-sters duiker net een jaar en had al honderd keer gedoken. Tijdens al die duiken heb ik deze vissen misschien wel honderd keer (of meer) aan me voorbij zien komen, op de laatste na. Ik had in de verte wel eens een schim gezien van wat misschien wel een karper kon zijn, maar daar bleef het dan ook bij. Tijdens deze duik zag ik de karper dan eindelijk van dichtbij. Maar dat ik op een dergelijk manier kennis zou maken met de mensenschuwe vis had ik nooit verwacht.
Na enkele uren gereden te hebben kwamen we aan op recreatieoord "In den Boomgaard". Bij binnenkomst zie je aan je linkerhand achter de stacaravans de Boomgaardplas liggen. Voordat je hier een ontspannend duikje gaat maken behoor je eerst bij de receptie intree te betalen. Maar we keken eerst even of het zicht in het water de moeite waard was. We stapten uit bij de duikschool van “de Valleiduikers”, maar er was niemand aanwezig die ons een kleine briefing kon geven. We keken vanaf de steiger rechtstreeks op de bodem van de plas die zes meter onder ons lag. Voor Nederlandse begrippen kristalhelder.
Tot nu toe was het grauw en betrokken weer. Na ons bezoek aan de receptie kwamen we twee duikers tegen die net hadden gedoken. Ze hadden de noordzijde van de plas bezocht omdat er aan de zuidzijde slecht zicht was. Ze hadden in deze desbetreffende duik wel drie palingen gezien. Hadden we daarvoor dat hele stuk gereden om een paar van die gladde alen te zien? En het weer viel ook al tegen. We waren al bijna van plan om weer naar huis toe te gaan. Op dat moment trokken de wolken voor de zon vandaan. Toch nog een pluspunt. We hoorden van de duikers dat ze op de camping een vaste staanplaats hadden. Je gaat als duiker hier toch niet bivakkeren als er niets te zien is? Zullen we de gok dan toch maar wagen?
De zonnestralen brandden goed in op onze neopreen omhulde lichamen. Met een commandosprong sprongen we maar snel het water in. We hadden beiden een camera bij ons. Mijn buddy kwam er al snel achter dat door de sprong in het water zijn nieuwe camera kapot was gegaan. Echt balen, maar gelukkig deed de mijne het nog. Hopelijk zagen we nog wat leven wat ik op de gevoelige plaat vast zou kunnen leggen.
We zwommen naar de noordzijde van de plas. Onderwater leek het net één grote stortplaats. We zagen ontzettend veel tegels, fietsen, afgezonken roeiboten, wastrommels, wc-potten, stoelen, tafels, tentstokken, tentharingen… eigenlijk alles wat je op een camping gebruikt of niet meer gebruikt lag er. Veel afval was bedekt door algen en waterplanten. We zochten onder het puin of daar misschien nog wat leven te bespeuren was. We keken in alle hoeken en naden, maar het was tevergeefs. Er lag wel een dode vis op de grond. En we zagen een stofwolk van zand waar een minuut ervoor vast een paling gezeten had. Het enige lichtpuntje waren de mooie zonnestralen die door het wateroppervlak schenen en op een lasershow leken.
Op de website van “de Valleiduikers” stond beschreven dat er in de loop van de jaren door het puin een mooi onderwaterlandschap ontstaan was. Tja, als je je door je buddy met een tegel op je kop laat slaan dan zou het wel ergens op lijken. Als je daarna je ogen een beetje dicht zou knijpen dan zou je je wanen in een tropisch duikoord. Met een beetje fantasie zou een fiets op een onderzeeër kunnen lijken die naar het galjoen (een roeiboot) dook die op het visloze rif (de tegels) lag wat compleet begroeid was met harde- en zachtekoralen (algen en waterplanten). Daar zochten ze dan om een schatkist (een wastrommel) die in een kajuit (wc-pot) stond, waar ze werden tegen gehouden door een reuzenoctopus (een tafel) waar vier armen van af waren gesneden door oude dolken en sabels (tentharingen en tentstokken). En de rest van het afval was dan gewoon afval wat de piraten achter gelaten hadden.
Maar terug naar de duik: na twintig minuten duiken waren we nog steeds geen leven tegengekomen. Al die tijd had mijn buddy de dode vis bij zich die hij op een tentstok geprikt had. Toch nog een bewegend iets om te fotograferen. We zwommen over de bodem waar alleen maar waterplanten te zien waren. Toen werd het zicht opeens een stuk slechter. Mijn buddy en ik zagen elkaar nog maar net. We hadden geen idee waardoor dit kwam.
Opeens zag ik het, het was een flinke karper die als een gek spartelde en heen en weer zwom. Geen idee waarom dat beest zo wild deed. Zonder er bij na te denken dat ik mijn buddy tijdelijk kwijt zou raken, schoot ik op het beest af om te zien waarom het beest uit zijn dak ging. De karper zwom eerst snel van me weg en schoot alle kanten op. Toen hij eindelijk dichtbij genoeg kwam om er een foto van te nemen zag ik dat hij een haak met een grote dobber in zijn bek had met daaraan een lijn naar de oppervlakte en de bijbehorende hengelaar. Het beest was aan het vechten voor zijn leven. Hij zwom een paar rondjes om me heen en voordat ik het wist was ik met de karper verstrengeld geraakt.
Daar zat ik dan met mijn knieën op de bodem en met een karper op mijn schoot. Tijdens het strak vasthouden van de lijn had ik meerdere keuzes om uit deze benarde situatie te komen.
Ten eerste: Ik kon met hard trekken de lijn proberen los krijgen. Als ik echter te hard zou trekken, dan zou de haak uit de bek van de karper en misschien in mijn wang terecht kunnen komen.
Ten tweede: Ik zou met mijn mes de lijn los door kunnen snijden, maar dan zou de karper rond blijven zwemmen met een haak in zijn bek. En de hengelaar zou me dan bovenwater waarschijnlijk opwachten, als hij een lijn zonder haak boven zou halen.
Ten derde: Ik had heel hard aan de lijn kunnen trekken waardoor de hengelaar met hengel en al in het water zou vallen. Hij had dan wel een goed verhaal aan zijn viskameraden te vertellen: Ik had me nu toch een grote vis aan de lijn die trok me zo het water in.
Ten vierde: Wachten op mijn buddy want die kon me vast wel uit deze letterlijk en figuurlijk ingewikkelde situatie verlossen.
Wat moet ik doen? Wat moet ik doen? Ik dacht en wachtte enkele seconden tot mijn buddy zou komen. Die kon me echter niet vinden. De enige en beste optie was om met mijn buddy de karper een 5-punts opstijging te maken. Die ging als volgt. Het opstijg- en het oké-teken waren overbodig want hij snapte toch al niets van die tekens en hij leek verre van oké. Ik wist dat we op een diepte van 6 meter zaten en we hadden al 25 minuten gedoken. Ik greep met mijn linkerhand mijn ontluchtingsknop en de lijn vast. Ik keek niet naar boven, want ik vond het veel te mooi om even niet naar de karper te kijken. Ik hield me netjes aan de stijgsnelheid van tien meter per minuut, al ging het af en toe sneller als de hengelaar aan zijn molen draaide. We bleven bij elkaar (dat kon ook niet anders). En ik hield oogcontact via de display van mijn camera in mijn rechterhand. De karper leek nu een stuk rustiger omdat er geen kracht meer op zijn deel van de lijn stond. We sloegen de 5 meter stop noodgedwongen over en gingen zonder mijn rechterhand omhoog te steken direct naar de oppervlakte. Daar aangekomen blies ik mijn stabjack op. Tegelijkertijd kwam mijn menselijke buddy ook boven.
Het oké-teken naar de kant was ook overbodig, want ik zag twee mannen erg kwaad naar me kijken. De ene man had een net vast om de karper binnen te halen. De hengelaar draaide nog druk aan zijn molen om dat beest naar binnen te krijgen. Met een nog kwader gezicht, tandenknarsend, zei hij tegen mij: “Ga toch aan de kant”. Hij had nog niet door dat de lijn aan mij vastzat. Toen ik hem op een zo rustig mogelijke manier uitlegde wat er aan de hand was liet hij de lijn eindelijk vieren zodat ik de warboel los kon maken (zonder de lijn door te snijden).
Ik vroeg ze of ik misschien een foto van ze mocht maken, dan kon ik thuis laten zien wat ik meegemaakt had. Ze waren echter geconcentreerd bezig en totaal niet in de stemming. Ze zeiden niets tegen me. Toen zei ik: “Ik heb die karper nog wel voor jullie naar boven gehaald, jullie hoefden er niets voor te doen”. De man met het schepnet kon er nog wel om lachen, maar omdat bij de man met de hengel bijna de stoom uit zijn oren liep, doken we maar snel weer onder.
Heb je ooit wel eens gehad dat je onderwater niet kon stoppen met lachen en dat je mond dan vol met water liep? Nou, dat had ik het laatste kwartier van de duik. Bij de steiger aangekomen stak ik mijn hoofd bovenwater. Eindelijk lachen zonder dat ik verzoop. Mijn buddy begon ook mee te lachen. Nadat we ons omgekleed hadden, lieten we bij de nu geopende duikschool onze cilinders vullen. Het vullen van mijn cilinder duurde wat langer door het zogenaamde buddybreathing met de karper. Ik vertelde het verhaal tegen de instructeur en liet hem de foto’s zien. Hij begon te lachen en zei dat hij nog nooit zoiets meegemaakt had. Toen dacht ik: “Wie wel dan?”.
Ik had dan eindelijk een karper gezien, maar dit was wel erg “up close and personal”. Ik heb nu 400 duiken in mijn logboek staan en ben als Dive Master een stuk verstandiger geworden onderwater. Al leer ik er elke duik wel weer wat bij. Maar als zoiets me weer zou overkomen, dan zou ik alles weer precies hetzelfde doen.

