Wandelen en duiken in de Ardennen.
Harry Brummelhuis
Het is mei 2005. Mijn vrouw Laura en ik zijn op vakantie in de Ardennen. Leden van mijn duikclub Galathea zijn daar ook op duikvakantie. Ik ga 2 dagdelen van mijn vakantie delen met de andere Galatheanen. Samen met hen maak ik een duik in Lac de Robertville en in La Gombe. Deze laatste is een onderwater gelopen steengroeve bij Luik. Voordat Galathea in België was, hadden Laura en ik de omgeving van Lac de Robertville al verkend. We hebben daar diverse wandelingen gemaakt. Behalve voor duiktrips ,zijn de Ardennen ook als wandelgebied aan te bevelen. In de buurt van Malmedy zijn heel veel leuke wandeltochten te maken.
Op donderdag moet ik rond 11.00 uur bij het meer zijn. Het is echter een groot meer, dus moet je elkaar wel kunnen vinden. Na telefonisch contact vind ik mijn mede-galatheanen aan de oever op het terrein van een camping. Ik krijg Erik als buddy toegewezen. Het zicht valt daar nogal tegen. In no time ben ik mijn buddy kwijt. Volgens afspraak ga ik na een halve minuut omhoog naar de oppervlakte. Ik zie op 15 m. bellen aan de oppervlakte komen. Dat zal Erik zijn. Eerst maar even de duikleider gerust stellen. Ik geef haar het oké teken. Dan zwem ik naar de bellen. Zal ik wachten tot hij boven komt? Ach, waarom eigenlijk. Als ik me langs de bellen laat afzakken, moet ik hem vanzelf tegen komen. Ik daal af en op 5 meter kom ik inderdaad Erik tegen. Ik vraag om het oké teken. Met hem is alles goed. We gaan verder. Aan de overkant gekomen gaan we omhoog om de terug weg uit te zetten. “Waar bleef je ? “vraagt Erik. “Ik keek naar een zoetwatermossel. Toen ik weer opkeek was jij weg. Ben toen volgens de procedure naar boven gegaan. Ik heb jou niet boven gezien.” antwoord ik. “Ik wilde net opstijgen toen ik jou weer zag.”zegt Erik. “Kom we gaan weer terug “. Na een kwartiertje komen we precies bij het instappunt weer boven. Je kunt navigeren of je kunt het niet. Ik neem afscheid. We zien elkaar zaterdag weer in La Gombe.
Zaterdagmorgen ben ik vroeg op. Het is nog een eindje rijden naar Luik. Tegen 10 uur ben ik ter plekke. Mijn mededuikers zijn er nog niet. Heb ik mooi de tijd om even de gekregen info te lezen. De plaatselijke duikclub beheert deze locatie. Het is een ondergelopen steengroeve, waar je vanaf een drijvend ponton te water kunt .Op 15 meter diepte ligt een gevechtsvliegtuig met ervoor een schietstoel. Ook zit er veel vis, waaronder enkele steuren. Doordat de vissen daar gevoerd worden, zijn ze niet schuw. Op een maquette is e.e.a. goed te zien.
Na een kwartiertje zie ik een stoet auto’s aankomen. Dat zijn ze. We melden ons bij de plaatselijke club. Eén van ons moet standby-duiker zijn . Die kan zelf dus pas de volgende duik onder water. Dat is een tegenvaller, maar hierin is onze Belgische gastheer onverbiddelijk. Samen met mijn buddy Albert ga ik vanaf het drijvende ponton te water met de schredesprong. Het zicht is goed. Het is leuk om zoveel vis vlak om je heen te zien zwemmen. Net alsof je in een aqurium zwemt. Daar zie ik een paar steuren zwemmen. Als je met een steen op de rotsige bodem tikt, komen er nog veel meer vissen nieuwsgierig kijken. Er worden door clubgenoten veel foto’s gemaakt. Zelf krijg ik de steur mooi in beeld. Ook het vliegtuig en alle andere voorwerpen onder water maken deze duik zeer bijzonder.
Er zijn plateau’s op verschillende dieptes. Wij gaan niet dieper dan 15 meter. Clubgenoot Jan en zijn buddy kicken op diepte en zoeken het diepste punt op. Dat is al gauw 30 m. Zij hebben er geen problemen mee om er een deco - duik van te maken. In Hemmoor en Messinghausen (beide locaties liggen in Duitsland ) gaan ze regelmatig naar 45 tot 50 meter. Ieder zijn meug denk ik dan maar.
Na 50 minuten zijn we door onze luchtvoorraad heen en is het tijd om weer op te stijgen. Via een trapje kun je weer op het ponton klimmen. Dat hebben onze Belgische vrienden goed voor elkaar. Na een paar drankjes neem ik afscheid van de club en ga weer terug naar de camping. Samen met mijn vrouw heb ik nog één dag voor we weer naar huis moeten.

