IJsland, kun je daar duiken?
Tineke Lemmens
‘En jij?’ vraagt mijn vriendin, ‘waar ben jij geweest?’ ‘IJsland.’ Ik neem een slok van mijn koffie terwijl ik haar reactie afwacht. ‘IJsland?’ Haar ogen worden groter. ‘Maar dan ben je vast niet gaan duiken?’ Ik lach. Dat vraagt iedereen! ‘Jawel,’ knik ik. ‘Juist wel!’ ‘Is dat niet veel te koud?’ vraagt ze. ‘En is daar wat te zien?’
Ik denk even na. Ik heb zoveel gezien in de zes weken dat ik op IJsland was. Indrukwekkend was zeker het duiken in het noorden, in de fjord Eyjafjördur, waar onder de zeespiegel de warmwaterbron Strytan heet water uitspuwt, al tientallen eeuwen lang. ‘Ik heb gedoken rond een onderwatergeiser,’ begin ik, en ik praat over duikinstructeur David en zijn broer, over duiken vanaf hun kleine vissersboot en over enkele van de bijzonderste duiken die ik ooit gemaakt heb.
Onderzeese bron
‘Strytan is een soort schoorsteen,’ vertel ik. ‘Er stroomt warm, zoet water uit en dat komt dan in het koude zeewater van de fjord terecht.’ In gedachten ben ik weer helemaal bij de duik. Het is een stralende dag zonder wind, het water is spiegelglad en David heeft de boei snel gevonden. De bodem ligt op 70 meter diepte. Wij dalen af naar bijna 40 meter, om daarna langzaam rond de schoorsteen cirkelend terug naar boven te zwemmen. Op 15 meter onder het wateroppervlak ligt de top van de piek. Ik kan ver de groene diepte in kijken, waar ik nog twee kleinere schoorsteentoppen zie. De piek waar ik omheen zwem is wit uitgeslagen op de plaatsen waar het hete bronwater omhoog komt. Waar het zich mengt met het zeewater ontstaat een troebelheid die de duik een dromerig tintje geeft. Alleen de temperatuur houdt me klaarwakker. David doet zijn handschoenen uit en laat zien dat je je handen kunt warmen aan het omhoogkomende bronwater. Maar zelfs deze ongekende luxe helpt na een tijdje niet meer. Mijn vingers zijn na een half uur ijs- en ijskoud.
Snotolven en parapluutjes
Mijn vriendin onderbreekt mijn gedachten. ‘Is het verder niet koud dan?’ vraagt ze. ‘Valt best mee,’ zeg ik. ‘Het zeewater is veel warmer dan je zou verwachten. En je duikt er natuurlijk in een droogpak.’
‘En zie je wel vissen en zo?’ Ik vertel over kabeljauwen en scholen pollak, over paarse zeesterren, zeeëgels, naaktslakjes en ribkwalletjes die als parapluutjes half open en dicht gaan. Over de snotolven die je in Zeeland goed moet zoeken en die zich rond IJsland overal aan de grote kelpstengels vastzuigen. Over zeewolven: grote grijze vissen die opgekruld op de bodem liggen en geen vin verroeren, en over zeeduivels, die voornamelijk bestaan uit een hele grote bek met tanden, maar die je rustig tot dichtbij kunt benaderen.
Onaards zicht
We bestellen een tweede kop koffie en bekijken de foto’s. Ik wijs er een aan van een aluminium trap die afdaalt in een diep gat met helder water. ‘Dit is een andere plek waar ik gedoken heb: Silfra. Daar was het wel koud, trouwens!’ Silfra is een kloof aan de noordkant van het meer Thingvallavatn, in het zuidwesten van IJsland. De kloof is hét pronkstuk van het IJslandse duiken. Het zicht zou er minstens honderd meter bedragen. Het water is er zo koud dat jongeren er hun bier in koelen als ik met mijn duikfles op mijn rug naar de trap loop. De divemaster heeft me verteld dat de temperatuur van het water 2 ˚C is, het hele jaar door. Het voelt alsof ik mijn gezicht in een emmer ijsblokjes duw.
Gelukkig leidt de omgeving me snel af van de bijtende kou aan mijn hoofd. Ik duik door een tunnel met zulk perfect zicht dat ik door lucht lijk te zweven. De donkere rotsblokken om me heen imponeren, het blauwe licht in de verte en de lichtblauw kleurende belletjes van de duiker vóór me zorgen voor een onaards effect. De wetenschap dat ik me hier op de breuklijn tussen twee continenten bevind, voegt een extra dimensie toe aan de ervaring. Niet denken aan aardverschuivingen nu… doorzwemmen!
In het ondiepe gedeelte dat men de lagune noemt, is het uitzicht onder water mooier dan erboven! Het door lava gefilterde gletsjerwater en het lichte zand op de bodem zorgen voor een tropisch aandoend tafereel. Op de temperatuur na, natuurlijk. Klappertandend kom ik na een uur het water uit; de laatste vijf minuten van de duik moest ik mijn ademautomaat met een hand vasthouden, anders was hij vast tussen mijn gevoelloze lippen uit gegleden.
Ook naar IJsland
‘En heb je boven water ook wat gezien?’ ‘Ja, natuurlijk!’ Waar moet ik beginnen? Bij de blauwe vinvis misschien, het grootste dier op aarde. Groter dan de boot was hij, maar je zag er alleen een stukje rug van, met daarop een verbazend kleine rugvin. En waarover zal ik nog meer vertellen? Over het vreemde licht midden in de nacht: geen echt daglicht maar veel te helder voor een zonsondergang, met een zon die om half 1 ’s nachts nog zo fel scheen dat ik mijn zonnebril erbij op moest zetten. Over de nog warme lavabodem onder mijn voeten, de ijsbergen die met een knal in elkaar stortten, de Noordse sterns die ik heb ontdoken en de papegaaiduiker die ik heb gegeten. Over de lucht van de veelkleurige zwavelbronnen en de specifieke geur van de warme douches en de hete baden waar ik bijna dagelijks naar uitkeek. Ik weet niet meer waar ik moet stoppen. ‘Je hebt me overtuigd,’ zegt mijn vriendin. ‘Ik wil óók naar IJsland. En misschien ga ik zelfs duiklessen nemen,’ voegt ze er lachend aan toe.
Ik lach mee en vertel haar maar niet dat de meeste IJslandse duikers zelf in de tropen gaan duiken. Dat de verhalen van David en zijn broer pas goed loskwamen toen het over hun duikvakanties in Jamaica en Thailand ging. Dat een jongen vol verbazing naar de duikuitrustingen had staan kijken zich afvroeg wat er op IJsland te duiken viel. Hij zei dat IJslanders naar Egypte gaan om te duiken en ik vertelde hem over kabeljauwen en scholen pollak, over onderwatergeisers en lichtblauwe belletjes in oneindig zicht.
‘Laat maar weten wanneer je gaat,’ zeg ik tegen mijn vriendin, ‘dan ga ik met je mee!’

