LOGIN
Hoofdsponsors: Lazywave Duikmagazine

IJsduiken op het Rutbeek

Harry Brummelhuis

Nederland | 30-12-2008 | 306x gelezen

Het is 24 december 2007. Het heeft de afgelopen week behoorlijk gevroren en op natuurijs is al flink geschaatst. Het is vandaag de laatste dag,want de dooi komt eraan. De telefoon gaat. Het is Karel van de duikclub Galathea. Of ik mee ga naar het Rutbeek voor een ijsduik. Stomme vraag eigenlijk. Hij weet toch dat ik geen droogpak heb. Dat zeg ik hem ook. Geen probleem zegt hij. Je kunt je omkleden in het verwarmde gebouw van de duikschool daar. Ik denk even na en dan ben ik om. Ik ga mee zeg ik….. Gauw pak ik de spullen in en rij naar Enschede. Vandaar af richting Haaksbergen. Het is vlakbij het crematorium. Het Rutbeek is groot. Er zijn meerdere ingangen. Waar moeten we zijn?

Daar zie ik Gerrit en ook Albert en Karel zie ik rijden. We rijden op goed geluk één van de ingangen in. Daar is het niet. Wel zien we een plattegrond. Daar staat wel een duikschool op,maar dan moeten we eerst terug naar de ingang, waar we voorbij zijn gereden. In colonne rijden we daar het terrein op. Zitten we hier wel goed? We overleggen. Volgens ons zijn we toch op de verkeerde plek, maar waar is Albert gebleven? Volgens mij reed hij die kant op zeg ik. Ik rij ook even die kant op. Voorbij de bocht zie ik inderdaad een gebouwtje staan .Ook staan er geparkeerde auto’s. Ik zie Jan in zijn droogpak.

We gaan naar binnen. Hier is het lekker warm. Er is koffie en een korte briefing door Karel. Jan en Karel hebben ervaring met ijsduiken in Oostenrijk. Dat is wel even iets anders dan hier. Hier is het ijs maar 6 cm dik. Ook ligt er geen dikke sneeuwlaag op het ijs, dat alles pikkedonker maakt. Ik krijg Jan als buddy. Jan heeft een motorkettingzaag mee neen een paar bijlen. Jan en Arjan nemen elke een bijl en stappen op het ijs. Het houdt maar net. Ze stappen weer op de kant en beginnen een gat te slaan. De motorkettingzaag is niet nodig. Voor je het weet hebben ze al een groot gat gemaakt.

Jan zal voor het buddypaar Gert en Albert als seinmeester fungeren. Ze nemen de seinsignalen door en verdwijnen dan onder het ijs. Ik ga naar binnen om goed warm te worden,want over 20 minuten zijn Jan en ik aan de beurt. Jan heeft wel een droogpak. Hij heeft zelfs dubbele automaten. Als ik goed opgewarmd ben, trek ik mijn wetsuit aan. Ik loop naar buiten om te kijken, hoe de zaak ervoor staat. Gert en Albert zijn net terug. Ook Albert duikt met een nat pak. “Het is goed te doen” zegt Albert, maar je ziet hem klappertanden. “Jullie zijn over een paar minuten aan de beurt”, zegt Karel. “Ik ben jullie seinmeester”. Jan komt bij mij lopen. “Wil jij met dit cameraatje onderwaterfoto’s maken? ” vraagt hij. “Goed idee” zeg ik. Na 3 minuten sta ik opgetuigd aan de waterkant. “We hebben een nieuw wak gemaakt “zegt Karel. “Anders zit je in het stof van jullie voorgangers.”

We stappen het water in. Ik voel wat water in mijn pak lopen. Erg koud. Is dit wel een goed idee? Maar ik trek me nu niet meer terug. Automaat in en ik duik even onder. Ik kom weer boven en bind me aan Jan vast met mijn buddylijn. Jan is verbonden met de lange lijn van Karel. Jan vraagt of ik dicht bij hem blijf. Hij is er niet helemaal gerust op dat mijn automaat blijft werken. “Ik hou mijn octopus paraat” zegt hij. “Je moet links van mij blijven.” Ik vindt alles best. Laten we maar gaan. We gaan onder en zwemmen onder het ijs. Het is hier niet diep. We zwemmen verder. Er is geen leven te bespeuren. Het zicht is prima. Ik kijk omhoog. Je ziet de zon schijnen door het ijs. De kou ben ik vergeten.

Ik probeer een foto te maken. Het valt niet mee om de knopjes te bedienen met dikke handschoenen aan. Ik druk af. Het resultaat valt tegen. Er is toch meer zweefvuil dan je op het eerste oog ziet. Nog maar eens een poging. Dit is al iets beter. Ook maar even een foto van de onderkant van het ijs.
Jan gebaart dat we terug gaan. Hij geeft via het strakke touw een sein naar Karel. Deze begint de lijn in te halen. Ik kijk op mijn computer. Goh, we zijn al 15 minuten weg. Ik heb het niet echt koud. Ik voel mijn fles tegen de onderkant van het ijs bonken. Waar is het wak? Jan stopt even om Karel de tijd te geven de lijn weer strak te trekken. We moeten die kant op gebaart Jan. Na een minuutje zijn we weer bij het wak en kom boven water. Ik doe mijn automaat uit. Hij is niet bevroren. “Laat hem eens afblazen onder water? “ vraagt Karel. Ik doe wat mij gevraagd wordt en binnen een fractie van een seconde is de automaat bevroren. Het kan dus toch. Goed dat ik daar onder water niet bij stil gestaan heb.

Ik ga me zo snel mogelijk omkleden in het warme gebouwtje. Even doorwarmen boven de verwarming. Na 5 minuten gloei ik als een kooltje. Even buiten kijken hoe het is met het laatste buddypaar.
Jan is weer seinmeester. Gerrit en Karel hebben allebei dubbele automaten. Gerrit heeft zelfs een dubbele flessenset. Zij zullen geen last krijgen van bevroren automaten. Jan schreeuwt naar Arjan, die als standby-duiker klaar staat. “Ik krijg het noodsignaal”roept hij. Hij trekt zo snel als hij kan de lijn in, maar de duikers komen nog sneller aanzwemmen. Met een plons komt Gerrit hijgend boven. Dan komt Karel. “Wat is er gebeurd?” vragen we. Gerrit is nog buiten adem. Karel zegt:” Ik heb zijn linkerkraan dicht gedraaid omdat die bevroren was. Toen begon Gerrit raar te doen.“ We kijken Gerrit aan. Nog nahijgend zegt hij: “Ik wilde mijn andere automaat in doen, maar ik kreeg hem niet in mijn mond. Toen wilde ik terug naar de eerste automaat, maar daar kwam geen lucht meer uit. Toen kreeg ik het erg benauwd. De rest weten jullie.” Na afloop bij de warme snert begint Gerrit weer over het voorval. “Koop ik een dure vorstbestendige set en overkomt me dit.” Hij kijkt daarbij naar mij alsof hij zeggen wil: “Waarom is jouw goedkope set niet bevroren?” Ik doe net alsof ik niks in de gaten heb en neem nog maar een hapje van de warme snert.