LOGIN
Hoofdsponsors: Lazywave Duikmagazine

Op bezoek in Zeeland

Lambertus Ras

Nederland | 30-12-2008 | 297x gelezen

Begin april 2007. Het is bijna 5 maanden geleden dat mijn buddy Ton Gröniger en ik Zeeland bezocht hebben. Een lange tijd om niet te duiken met al dat moois wat je daar onderwater ziet. Aangezien Ton en ik in het noorden van het land wonen, moeten we lang reizen om te gaan duiken in Zeeland. Maar eigenlijk moeten we hier niet over klagen. Want de snotolven komen namelijk elk jaar helemaal vanuit de Noordzee om een bezoek aan de Oosterschelde te brengen. Hebben we toch een overeenkomst met deze beesten. Al komen ze hier dan niet naar toe om even een duikje te maken, maar om zich voort te planten. Nu denken sommigen van jullie misschien: “Een Snotolf! Wat is dat nou weer? Dat klinkt smerig!” Dit lezen jullie verder op in dit verhaal.

Ik had dit beest voor het eerst op Animal Planet gezien. In mijn enthousiasme ging ik gelijk googelen naar het beest. Leve het internet! Je kunt er echt van alles over het beest vinden. De snotolven keren wanneer ze geslachtsrijp zijn rond hun vijfde levensjaar terug naar hun geboorteplaats. En doen hier dan hun zogenaamde paringsdans in de ondiepere gedeeltes van de Oosterschelde. Terwijl ze normaal op dieptes van 50 tot 400 meter rond zwemmen. Aangezien voor ons sportduikers deze dieptes niet te beduiken zijn, zocht ik ook maar de paringstijd op. Deze vindt plaats van maart tot april. Dus ik plande een dagje Zeeland voor onze duikclub in april. Uiteindelijk gingen we er (met droogpak) maar met zijn tweeën heen, want het bleek nog net wat te koud te zijn voor de rest van de leden (met natpak).

We gingen natuurlijk niet naar Zeeland voor maar één duik. We planden er gelijk drie. De eerste en de derde maakten we in het Grevelingenmeer en de tweede was een stromingsduik in de Oosterschelde en hopelijk kwamen we hier de snotolf tegen. Om zes uur werd ik door Ton opgehaald. We hadden echt zin om te gaan duiken en waren ontzettend ongeduldig. Na twee en een half uur rijden kwamen we dan eindelijk aan bij ‘t Gemaal van Dreisschor. Er stond geen enkele auto geparkeerd. Des te beter is het zicht onderwater. Om voor en na de duik zonder kleerscheuren in en uit het water te komen knoopten we een touw om een paaltje boven aan de dijk en we gooiden het uiteinde in het water.

Tijdens het duiken zwommen we op 7 meter diepte naar rechts, zo tegen het gemaal aan. Dit was prachtig om te zien. De palen waren begroeid met sponzen, doorschijnende zakpijpen en anemonen. Je zag krabbetjes en steurgarnalen over het hele gemaal lopen en springen. Naast het gemaal zagen we ook veel leven. Talloze zeedruiven. Als je er met je lamp op scheen knipperden er rode en blauwe lichtjes van onderen naar boven op zijn lichaam. Een echt lichtspektakel. Grondels die alle kanten opschoten als je te dicht bij kwam. Heel veel oesters met daartussen kreeften die heel aanvallend met hun scharen in de lucht gingen staan. Je moest er met je hand niet te dichtbij komen, want dan kon je zo een vinger kwijtraken. Op de terugweg waren er millennium wrattenslakken in overvloed te zien. We klommen weer veilig naar boven en daar zagen we dat we net op tijd het water uit waren. Onze auto stond nog net niet klem geparkeerd.

Nadat we ons omgekleed hadden reden we richting een duikcentrum in Scharrendijke om hier onze cilinders te laten vullen. Ze lieten daar een fascinerende film zien over de paring van de snotolven die recentelijk bij de Zeelandbrug gemaakt was. Hopelijk zouden wij ze ook zien. We waren er klaar voor om een stromingsduik te gaan maken in Goesse Sas. Zelf hadden we nog niet veel ervaring met stromingsduiken en daarom hadden we met instructeur Bram Scheele afgesproken dat die ons hier zou rondleiden. Nadat hij gearriveerd was vertrokken we gelijk.

Het Goese Sas staat op nummer negen in de top 10 lijst van Readers Digest van de mooiste duikplekken ter wereld. De moeite waard om deze stek eens zelf te bekijken. Zodra we er aangekomen waren bleek er nog net parkeerruimte te zijn voor onze auto’s. Om half één was de kentering, dus we moesten opschieten met omkleden. We zagen een man bij de waterkant staan die het buddysyteem aan zijn laars lapte. Als er wat gebeurt, komt door dat soort mensen het duiken in een kwaad daglicht te staan. Maar ja, als hij onze duik maar niet verstoort. We konden niet wachten om de snotolf te gaan bekijken.

In het water werden we alle drie met behulp van buddylijnen aan elkaar gekoppeld. Ton en ik duiken nooit met een buddylijn want we vinden dat maar een onhandig ding. Om toch te kunnen fotograferen kreeg ik de buddylijn aan mijn linkerhand. We zwommen een stuk op onze rug en na honderd meter zwemmen daalden we af. Toen we beneden aangekomen waren bleken we wel erg zwaar te ademen. Toen we op onze dieptemeters keken bleken we al op 18 meter te zitten. Met een gemiddelde Nederlandse duik gaan we normaal niet dieper dan 10 meter. Dus dan ben je wel snel door je lucht heen als je ook nog eens weinig ervaring hebt met stromingsduiken. Het droogpak zat strak om ons heen en om geen pak-squeeze te krijgen bliezen we maar wat lucht in ons droogpak.

Het zicht was hier een stuk beter dan dicht aan de oppervlakte, al hadden we hier wel een lamp nodig want het was pikkedonker. De bodem leek met gras begroeid te zijn. Toen ik beter keek zag ik dat het heel veel brokkelsterren waren. Ik had er nog nooit zoveel gezien. We werden door de sterke stroming over het grasveld van brokkelsterren heen geblazen. Met behulp van deze stroming vingen deze beesten hun voedsel door één of meerdere armen in de lucht uit te strekken. Als ik een foto wou nemen dan moest ik mijn arm ook uitstrekken zodat mijn buddies me niet mee zouden slepen.

Op 100 bar keerden we om en zwommen ondieper terug zodat we de kant toch nog konden halen met onze luchtvoorraad. Daar zagen we grote velden met oesters, waar grote noorzee-krabben en kreeften zich tussen verschuilden die naar mijn mening ons maar chagrijnig aankeken. Maar dat zou ik ook worden als iemand met een camera recht in mijn ogen zou flitsen. Hier zag je ook heremietkreeften, slakken en ontzettend veel zeeanjelieren. We gingen toen nog ondieper zwemmen omdat Ton en ik bijna zonder lucht zaten.

Ondertussen hadden we de moed al bijna opgegeven, omdat we nog steeds geen snotolven gezien hadden. Ton en Bram waren al van plan om naar de oppervlakte toe te gaan, maar gelukkig zag ik op het allerlaatste moment een snotolf op een steen liggen. Toen was de buddylijn toch nog ergens goed voor en ik trok er keihard aan om de rest te waarschuwen. Ze kwamen gelijk kijken naar wat ik zag. We zagen dat het een mannetje was. De mannetjes snotolf is namelijk in zijn paringstijd rood van kleur terwijl hij normaal groenachtig van kleur is. De snotolf heeft een zuigschijf onder zijn buik waardoor hij zich aan een steen vast kan zuigen. Op het moment dat we te dicht bij kwamen trok de snotolf zich snel los en zwom er als een speer vandoor.

Jammer dat we hem maar enkele seconden hebben kunnen zien. Hopelijk volgende keer beter. Maar op zich een duik gemaakt waar we ons niet verveeld hebben.

Na de duik gingen we nog naar een restaurant toe om lekkere patat met kip-saté te verorberen. Ton deed aan de lijn, maar hij mocht eigenlijk wel een keer zondigen want hij was namelijk al tien kilo afgevallen. En omdat we vandaag al twee keer hadden gesport, verdienden we dat etentje wel. We namen hierna afscheid van Bram.

Na het vullen van onze cilinders gingen we door naar Meeuwenstijn Kerkweg voor alweer onze laatste duik. Hier was het niet zo druk als bij de andere duikstekken. Er waren wel veel Ooster- en Zuiderburen. Kun je nagaan wat voor moois er te zien is als ze het er voor over hebben om dat stuk naar Zeeland toe te rijden. In het water gingen we rechtsaf om de duikers die er waren niet tegen te komen. We gingen de diepte in, hier was niet veel te zien en Ton kreeg hier ook nog eens een hoestaanval. Dus gingen we maar wat ondieper zwemmen totdat hij hier geen last meer van had. Maar het enige wat we hier zagen waren wat oesters, rode algen, zakpijpen en hier en daar een krabbetje of kreeftje.

We zwommen maar terug en zwommen iets voorbij ons entry-point. Misschien zagen we hier wel wat. We zwommen geeneens zo ver en zagen daar een mannetjes snotolf zitten. We hadden niet verwacht het beest in de Grevelingen te zien. Dit was een mannetje die een stuk groter was dan die van vanochtend. We konden het beest nu eindelijk beter onderzoeken, want hij verroerde geen vin. Een vette kop met bolle ogen en een met pukkels bedekt lijf wat kleiner dan het hoofd was. We vonden het beest mooi van lelijkheid, maar misschien dacht hij dat ook wel van ons. Het beest leek vrij traag, hij moest er al minstens vijf jaar over gedaan hebben om hier in Nederland te komen. Of had hij een wilde sex-partij gehad waardoor hij helemaal uitgeput was?

Toen we nog wat dichter bij de snotolf kwamen zagen we dat hij naar zijn nest vol eitjes toe zwom. Hij was zijn kroost goed aan het bewaken. Hij had deze plek zelf uitgezocht en net zolang gewacht dat er een vrouwtje langs kwam. Toen ze op die plek de eitjes neergelegd had, is ze er gelijk vandoor gegaan en heeft ze de diepte weer opgezocht. Daarna heeft hij het legsel van 200.000 tot 300.000 eitjes bevrucht. Hoe groter het vrouwtje des te meer eitjes. En nu zorgde hij ervoor dat er regelmatig zuurstofrijk water over de eitjes kwam door met zijn vinnen te waaieren. Hij eet pas weer als hij anderhalf tot twee maanden het nest bewaakt heeft en de larven uit de eitjes gekomen zijn. Daarom is het mannetje uitgerust met meer vet zodat hij dit kan overleven door vetverbranding.

Dit alles doet hij soms met gevaar voor eigen leven als hij namelijk een te ondiepe plek voor zijn kroost uitgezocht heeft in de Oosterschelde waardoor het nest en hij zelf droog komen te liggen met laagwater. Als de arme vader en zijn kindertjes niet uitdrogen door de zon worden ze anders wel opgegeten door hongerige meeuwen. Gelukkig had deze vader bij Meeuwenstijn Kerkweg deze fout niet begaan en de Grevelingen uitgezocht als veilige broedplek. Het snotolven mannetje op zich zal wel erg onder de duim zitten als je zoveel toewijding voor je kinderen hebt. Maar wat wil je ook met een vrouw die stukken groter is dan jezelf. Daar zou ik ook bang van worden.

Nadat hij van alle kanten bekeken en beflitst was door ons lieten we hem maar uitrusten, zodat de trotse vader zijn kindertjes weer kon verzorgen. We hadden de snotolf gezien en we gingen met een tevreden gevoel naar huis.

Als de larven getransformeerd zijn naar visjes en als ze binnen 5 jaar niet gevangen zijn door vissers of opgegeten zijn door prooidieren zien we ze wel weer terug bij hun geboorteplaats in Zeeland net als hun ouders. En dan begint het hele verhaal opnieuw.

Één ding weet ik wel: Ik ga geen 5 jaar, zelfs niet 5 maanden wachten om weer een bezoek te brengen aan Zeeland. Er is namelijk altijd wel wat te zien in de Zeeuwse wateren.
Het maakt niet uit of je de snotolf (of welk beest dan ook) voor het eerst ziet of al honderden keren gezien hebt, het is altijd een geweldige ervaring! Een bezoek aan Zeeland is de moeite waard!!!