LOGIN
Hoofdsponsors: Lazywave Duikmagazine

The Twilight Zone

Michel Groesbeek

Indonesie | 27-11-2008 | 325x gelezen

Op de derde morgen sta ik vroeg op en slenter over het strand. Ver weg aan de horizon hangen grijze wolken over de Banda Zee. Mijn duikmaatje heeft vandaag geen zin en gaat de stad in, Kota Ambon. Alleen Claire en ik zullen vandaag gaan duiken, met Nus, onze gids. Achter mij verrijzen de groene heuvels, waar de moderne wereld niet lijkt doorgedrongen, waar vandaag nog hetzelfde is als gisteren. Maar voordat ik te ver in mijn dromen verdwaal, maant Nus mij in de boot te stappen. We gaan naar de Twilight Zone.

Een week geleden kwamen we aan op het vliegveld van Jakarta. Ik had een underwater housing voor een video camera bij me. Een kennis had gevraagd of ik dat voor hem kon meenemen. Hij had zelf geprobeerd het te bestellen, maar zijn Indonesische kredietkaart werd geweigerd. Toen mijn bagage door de scanner ging werd de doos er natuurlijk uitgepikt en hij moest open. De douane beambten wisten niet goed wat ervan te denken; het was duidelijk een nieuw product, of ik wel een factuur had? Of het wellicht een projector was? Toen kreeg ik een idee. Ik vertelde de waarheid. Geen rekening, en het is voor een onderwatercamera. Maar, zo benadrukte ik, het ding is leeg, helemaal niks erin. Leeg!

De beambten waren duidelijk teleurgesteld, leeg! De doos kon dichtgeplakt en buiten de douane werd ik opgewacht en verdween in vliegende vaart over de Cengkareng tolweg naar het centrum van de stad. Ik was opgelucht. Mijn vriend zou zijn housing later ophalen terwijl ik over het strand van Ambon slenterde.

Die derde morgen op Ambon was het begin van de mooiste duikdag. De speedboot scheert over het water, rond de kaap in zo'n drie kwartier richting het vliegveld. We gaan naar de Twilight Zone, de muckdiving locatie van Ambon. Claire wilde hier al zeven jaar lang naartoe; voor haar is het een droom die werkelijkheid wordt.

Onze eerste duik begint boven een hellende zandvlakte, op zo'n 10 meter diepte. Ik zie een rots met koralen en Nus wijst op iets dat ik denk viseitjes zijn. Ik zie tal van kleine visjes, een aantal garnalen, maar al met al vind ik het niet bijster interessant. Claire is evenwel druk bezig met haar video camera. Gisteren zag ze een wonderpus, maar had de camera niet bij zich. Spijt als haren op haar hoofd natuurlijk. Dat zal haar vandaag niet nog eens gebeuren. Vooral veel zand, wat rotsen hier en daar. Een paar minuten later zie ik egelvissen. Ik wijs er een aan, misschien vindt Claire hem fotogeniek. Ze zwemt evenwel gewoon door en vindt het lelijke beest duidelijk geen schoonheid. Heb ik me nu belachelijk gemaakt?

We zwemmen verder onder oud roest; ongezonken scheepwrakken dobberen aan de oppervlakte, acht meter boven ons. Af en toe klinkt het geluid van een motor boven ons, en kijk ik angstig omhoog of er misschien een groot schip aankomt. Niets te zien natuurlijk, maar het blijft toch beangstigend. In het zand zie ik een lange aal schichtig glibberen, blauw met zwarte dwarsstrepen. Of nee, toch niet. Dat is geen aal, dat is een zeeslang, die opeens alsof door een magische kracht opgetild, zich door het water slingert. Ik begrijp niet waarom hij niet zinkt en volg hem met mijn ogen tot hij aan de oppervlakte verdwijnt.

Ik was bang dat de Twilight Zone erg smerig zou zijn. Het valt evenwel mee. Het zand is grijzig, en er liggen rotsen, dode takken, planken, kisten, autobanden en ander afval. Er hangt een dreigende sluier over deze locatie, die ik niet goed kan beschrijven. Tussen het afval vinden we kleurige naaktslakken, gobies die hun zandkasteel delen met een garnaal, een knaloranje hengelaarsvis, en andere vissen die ik al weer vergeten ben. Want toen zag ik een zeepaardje. Het is mijn eerste zeepaardje dat ik zelf gevonden heb, dobberend met zijn staart om een dode tak. Hij is eigenlijk flink groot en ik wijs erop. Ditmaal gaat Claire wel aan de slag met mijn zeepaardje, mijn Twilight Fish, in de hoofdrol. Eigenlijk is het zeepaardje helemaal niet mooi; hij is stekelig, lichtbruin als de egelvis, en lang niet zo lieflijk als ik me had voorgesteld. Wat een verschil met de pygmee zeepaardjes die we gisteren gezien hebben, zo klein en geweldig gecamoufleerd.

Ik zie een paar grote rifsteenvissen. Ze lijken op stenen, en liggen zonder te bewegen tussen de rotsen. Moeders mooiste zijn ze niet, als ik tenminste mijn moeder mag geloven. Ik wil ze aanraken, prikken, maar de verwachting gestoken te worden en daarop volgende hevige pijn is meer dan genoeg om niet aan de verleiding toe te geven. Af en toe zie ik ook een koraalduivel. Meestal zijn koraalduivels prachtige vissen, maar in de schemer van de Twilight Zone hebben zelfs de koraalduivels hun glans verloren. Toch is het niet donker; de zon schijnt en dringt volop door tot waar we zwemmen, niet meer dan zo'n 15 meter.

Dan zie ik ineens een grote hengelaarsvis. Ik bekijk hem goed, want groot is hij wel. Groot? Nee, reusachtig, een waar monster, net alsof een lieflijk klein hengelaartje in de grote Hulk veranderd is. Hij is al gauw 25 cm, zo'n beetje de lengte van mijn arm, pols tot elleboog. Net als het zeepaardje eerder, houdt ook deze zeebewoner zich vast. Met zijn borstvinnen, of moet ik zeggen zijn voeten?, heeft hij zich vastgeklemd tussen de rommel op de bodem. Het is toch een vreemde wereld hier beneden, het lijkt wel een verzameling van bannelingen, mislukkelingen en anderen die het niet konden redden in de maatschappij. Na zeventig minuten houd ik ermee op. Net voordat ik naar de oppervlakte ga zie ik een kleurige clown. Het is een mandarijnvis, al is hij wel wat groot uitgevallen, en net zo wonderlijk als zijn medebewoners hier.

Onze tweede duik begint onder een pier en we zwemmen in westelijke richting. Er liggen autobanden, die de woning geworden zijn voor een waar legioen van zeemeervallen, ook al niet de mooiste schepselen. Lang en slank, grijs met witte strepen en baarddraden aan hun snuit.

Nus wijst ons op een zeekat en Claire richt meteen de camera op hem. Ik vind hem maar klein en voor ik het weet is hij al ver weg. Ik moet toch eens, denk ik, alleen al uit nieuwsgierigheid, de Oosterschelde in om daar de zeekatten te zien. Maar de Oosterschelde is koud, dus daar zal ik nog wel lang over na moeten denken.

Toch wel aardig, zo'n beestje, denk ik nog, en ineens zit Claire achter een ander aan. Of is het dezelfde en heb ik gewoon niet goed opgelet? De nieuwe zeekat is geel, knipperend fel geel, flapperend als een rok in de wind, donkerpaars op z'n rug. Hij zwemt snel weg, hoog boven de bodem door het water, en Claire jaagt achter hem aan. Nus zwemt naast hem en ik zweef boven alle drie en zie het gebeuren. Het is een kleurrijk beest. Opeens spuit hij zwarte inkt en verdwijnt hij in de plotse zwarte wolk. Het klaart op en dan zie ik hem weer, hij is zelf ook helemaal zwart. Verandert dit beest telkens van kleur? Na een tijdje is Claire voldaan en stopt ze de jacht. Haar camera beleeft gouden tijden. Later hoor ik van Nus dat ik een flamboyante zeekat gezien heb. Geweldig. Nu weet ik dat zeekatten niet saai zijn, in tegendeel, dit is het wonderlijkste, geweldigste wezen dat ik ooit heb gezien. Thuis moet ik zeker naar de Oosterschelde. Dit is fantastisch.

Even later zien we een school scheermesvissen. Ze zien eruit als lange wilgenbladeren die van de boom gevallen zijn, zwart bruin gestreept. Als je goed kijkt zie je dat ze met hun hoofd naar beneden zwemmen, in plaats van horizontaal. Het lijkt me ongemakkelijk, maar ja, ik ben nu eenmaal geen vis. We zien een roomgele kogelvis, een kleintje maar, en het lijkt net op een olifantskop waar de slurf vanaf gehakt is. Het is een cowfish, vanwege de kleine hoorntjes op zijn hoekige kop, maar ik vind olifantsvis toch toepasselijker.

We zien mantis garnalen. Die lopen als een kleurrijk woestijnvoertuig op rupsbanden door het zand. We zien minuscule krabben, wit met zwarte strepen, als een zebra, en we zien de zwarte broer van de groene hulk, net zo reusachtig en uitgegroeid. Na tachtig minuten vraag ik me af waar de boot is en ik ben bang dat we nog ver moeten. Ik sein "boot" naar Nus, en hij wijst omhoog. Ik zie de schaduw, de boot heeft ons toch gevolgd. Gelukkig maar, want ik was bang dat ik anders de bodem van mijn tank zou zien.

Claire en Nus komen een paar minuten later boven, met nog maar weinig lucht in de tanks. In haar enthousiasme is Claire's duik een decompressieduik geworden. Eenmaal aan boord trekt Claire haar natpak uit en springt weer in het water. "Even naar de WC," zegt ze met een glimlach. Ik volg haar al snel, terwijl Nus gewoon over de rand van de boot plast.

De bootsjongens zetten het middageten klaar. Het is vanochtend al bereid en in potten gestopt. Rijst, eieren, atjar, en kip opor. Kip! Gelukkig kip, en geen vis. Niet dat kippen de mooiste vogels zijn, maar als ze gekookt zijn, zien ze er heel behoorlijk uit. Dan is er thee en koekjes toe, terwijl we lui aan op het water dobberen, uitrusten en ontgassen onder het zeilen dakje van de boot. Al die tijd heb ik geen vliegtuig zien aankomen of vertrekken.

Onze derde duik begint onder de pier aan het einde van de landingsbaan van het vliegveld. Hier is de verse vis binnen gebracht en het afval ligt onder de pier te rotten. Opwekkend ziet het er niet uit. Flarden half verteerd vlees hangen in het water te wachten op genade. Nus is op deze lugubere plaats aan het prikken met zijn stokje, vindt een grote octopus en probeert hem uit zijn schuilplaats te krijgen zodat Claire hem kan vereeuwigen. Koraalduivels zitten op de fundering van de pier te wachten op een lekker hapje. Wat verderop liggen speldenkussens en andere zeesterren. Een jonge ribbon eel steekt ook z'n kop uit het zand.

Nus vindt vervolgens een geel drijvend stokje, een zeenaald. Claire staat alweer klaar met de camera. Dan worden we door een milde stroming meegenomen en als in de wind over een zachtglooiend landschap vliegen we over een immens veld van zeeanemonen, die met roze, oranje, rode en gele kleuren in de stroming wuiven, links, recht, voor en achter, zover het oog reikt, en bevolkt met anemoonvissen. Geweldig. Aan het eind van het veld zien we een paar jonge diklipvissen. Met hun grote stippen, grote vinnen en karakteristiek gewiegel zeker een van mijn favorieten. Nus vindt nog een paar kleine krabben en een featherstar voor Claire, en dan komt ook aan deze duik een eind.

Wat een belevenis. Ik kan niet zeggen dat ik onderwater zo'n prachtige natuurschoon heb gezien, het was voornamelijk monotoon zand, wat afval en er waren weinig koralen. Maar wat een wonderlijke wereld is het er, hoe bijzonder de wezens die er leven, de vormen, de verscheidenheid. Nu begrijp ik waarom Claire zo lang naar de Twilight Zone wilde. Hoe bevoorrecht ik me voel dit gezien te hebben.

Snel varen we terug naar ons onderkomen achter de kaap. In de verte zie ik een vliegtuig de landingsbaan naderen. We laten het vliegveld en de stad achter ons, terwijl we de eindeloze vergetelheid van de Banda Zee binnenvaren, en het groene smaragd op de heuvels waar ik me intens gelukkig voel. Over een paar dagen zullen we evenwel onverbiddelijk terug moeten naar de wereld van vandaag.