LOGIN
Hoofdsponsors: Lazywave Duikmagazine

Onbezonnen en onbevreesd

Loes Magnin

Malawi | 19-09-2008 | 210x gelezen

Meestal neem ik geen privileges aan als reisleidster in Afrika. Meestal niet. Maar toen de divemaster op het paradijselijke oostelijke strand van Zanzibar in Oost Afrika een gratis duik aanbood, kon ik toch echt niet weigeren. En dat vond m’n reisgroep gelukkig ook.

Ik had geen enkele duikervaring, maar liet me overtuigen door de divemaster; hij zou alleen met mij duiken en zijn collega zou een aantal van de duikers uit de reisgroep begeleiden. Na de zgn zwembadsessie, waarbij ik de basisregels van het duiken kreeg uitgelegd, stapten we in een boot de azuurblauwe zee op.

Ik was zenuwachtig want op zee ben ik zeker geen held – ik ben meer van het type ‘landrot’. Conform zwembad-instructies liet ik me achterover tuimelen en samen met de duikmaster zonk ik de diepte van de Indische oceaan in. Omdat ik nog nooit had gedoken hield hij me bij m’n hand vast. Ik had zo alle gelegenheid om te genieten van de onderwater-pracht & praal. Onder me lagen pijlstaartroggen die af en toe uit ’t zand opdoken, ik zag kleurige zeesterren, een grote paarse zeeslak (althans, dat denk ik. Het was groot, paars en zag eruit als een slak) en rustig heen en weer wuivend koraal. Het geluid van ademhalen onder water, de traagheid van bewegen, het zwevende gevoel - ik vond het allemaal prachtig, terwijl ik daar aan het handje van de instructeur werd meegevoerd door de wereld van Nemo. Het was net een attractie uit de Efteling: het onderwatersprookje.

Mijn duik kon al niet meer stuk, maar het mooiste moest nog komen. De instructeur wees naar de verte, en ik zag plotseling dolfijnen. Dolfijnen! Ik kon zelfs het klepperende geluid en de piepjes van hun dolfijnentaal horen. Ik wist van enthousiasme niet of ik moest gaan roepen, zwemmen, praten of ademen. Verderop zag ik een aantal van m’n reizigers duiken, en ik wilde zwaaien en roepen, maar dat haalt dus weinig uit zo onder water, ze zagen en hoorden me niet. Ik moest hard lachen om m’n eigen onbenulligheid, wat gelukkig mogelijk bleek met zo’n zuurstofding in m’n mond (Indische oceaan smaakt erg zout trouwens). Ik voelde me volkomen op m’n gemak, in de kalmte van de zee. Volledig onbezonnen en onbevreesd, meegevoerd door de divemaster, vervolgde ik m’n weg door het kleurrijke landschap op 14 meter diepte. Toen ik bovenkwam kon ik vol overtuiging roepen dat ‘dit het coolste is wat ik ooit heb gedaan!’

Inmiddels aangekomen in Kaapstad, Zuid-Afrika, besloot ik zelf duiklessen te nemen. Maar daar bij de Kaap is het echt heel koud, echt heel donker en echt met haaien bezaaid - en ik ben nog altijd een overtuigd landrot – dus ik besluit mijn duikgeluk te beproeven in Lake Malawi. De reputatie van de betreffende duikschool reikt tot aan Kaapstad; Andy’s the best! Op naar Nkhata Bay aan de noordwestelijke kant van het meer van Malawi dan maar. De vissen die in de bus boven mijn hoofd te drogen hangen beloven trouwens een vruchtbare duik.

Andy geeft inderdaad uitermate intensief, veilig en nauwkeurig les. Jammer alleen dat mijn medecursisten allen ervaren surfers uit Kaapstad en Australië zijn; ik landrot, zij waterratten. Ik blijk uitermate ongetalenteerd in vergelijking met deze geboren waterratten. Er is ook zo veel om op te letten! Drijfvermogen, drukmeter, houding, zuurstof, buddy, instructeur en …oja…al die visjes en andere zaken waar je eigenlijk voor gaat duiken. Ik heb het er maar druk mee. Maar na 5 dagen haal ook ik, samen met de waterratten, keurig m’n brevet en mag ik officieel duiken in open water. Ik voel me er bepaald niet gerust op; duiken in een zoetwatermeer is vast niet hetzelfde als duiken in de zee. En duiken zonder Andy of het handje van de Afrikaanse duikmeester is vast veel moeilijker.

Een jaar later waag ik het erop in Cuba. Ik ga een duik maken. Een echte, grotemensen-duik, in de zee, naar koraal, barracuda’s en kleurige visjes. De duikschool staat in de reisgids als betrouwbaar te boek. Ik vertel de instructeur dat ik bar weinig ervaring heb, en enkel m’n open water certificate heb gehaald in een zoetwatermeer, een jaar geleden. Hij vindt het allemaal geen probleem (Cubanen vinden alles in het leven nog minder een probleem dan de Afrikanen. ‘Hay no problema, no problema!’). Wanneer de boot is volgeladen met dagjesduikers van divers pluimage, sta ik nog steeds bij de duikshack en heb ik nog steeds geen spullen. Ik vraag de duikmaster nog maar eens of hij er rekening mee houdt dat ik nauwelijks ervaring heb, en of iemand even wil helpen met het uitzoeken van pak, vest en flessen. Diep in m’n geheugen gravend weet ik nog zo ongeveer welke controle ik geacht word uit te voeren, en dan zijn we op weg. Ik ben een klein beetje nerveus. Ik spreek ook enkel steenkolenSpaans en geen duikSpaans. Gelukkig is de duiktaal onder water universeel. Toch?

We duiken en ik zit een klein beetje te hannesen met m’n vest; welke knop is nou ook weer voor extra lucht in m’n vest, en welke laat er juist meer uit? Het water is heel koud, ik moet even wennen en af en toe m’n oren klaren, maar de duikmeester zwemt snel weg en maant ons ergens te wachten terwijl hij met iemand anders van de boot een barracuda onder een steen zit te pesten. Na ongeveer 10 minuten wordt m’n buddy ineens onrustig en ze wordt naar boven gestuurd. De duikmeester gebaart iets, maar ik snap er niets van, en wanneer hij met m’n buddy naar boven terugzwemt volg ik ze maar. Dat was blijkbaar niet de bedoeling, ik moet alleen naar beneden van ‘m. Ik heb het koud, snap het niet, vind de instructeur allesbehalve aardig, heb anderhalve vis gezien, en ben bezorgd over m’n buddy die niet meer terugkomt. Onder water doe ik blijkbaar iets fout waardoor de Cubaan me op m’n vingers tikt, maar ik weet niet wat ik fout doe.
Waar is m’n onbezonnen en onbevreesde duikgevoel? Het kan me niet snel genoeg voorbij zijn hier in dat Cubaanse water, met de heethoofdige duikmaster en zonder buddy. Ik heb moeite met het ‘blijven hangen’ op 5 meter, en wil zo snel mogelijk terug naar de boot.
M’n buddy bleek binnen 10 minuten geen zuurstof meer te hebben, hetgeen de duikschool aan haar wijt en zij aan de duikschool. We hebben allebei een kater van deze duik.

Maar ik verlang terug naar dat onbezonnen en onbevreesde zweven in de Indische oceaan, met de pijlstaartroggen in het zand onder me en het lieflijke geluid van de dolfijnen in de verte, en de hand van m’n Afrikaanse duikinstructeur.