LOGIN
Hoofdsponsors: Lazywave Duikmagazine

Duiken in het Grasbroek en bezoek aan het Onderwaterhuis

Harry Brummelhuis

Nederland | 11-07-2008 | 277x gelezen

In 2005 hebben we met een groep van 8 duikers van de OWSV Galathea uit Almelo een bezoek gebracht aan het onderwaterhuis, dat in deze plas is afgezonken. Deze trip was georganiseerd in het kader van het 25 jarig bestaan van de duikvereniging. Uiteraard is er meer te zien in deze plas, dan het onderwaterhuis. Het zicht is doorgaans goed en ook is er veel vis en ander onderwaterleven te vinden. Sinds ik een onderwatercamera heb, kan ik hier ook leuke foto’s maken. Ik heb ook wat foto’s van een snoekbaars op een bootje. Maar daarover straks meer. Ik wil u meenemen naar de fascinerende onderwaterwereld in het Grasbroek.

Om 13.00 uur melden we ons aan de poort van de plas. Samen met mijn buddy ben ik er naar toe gereden. Dit om de entreekosten te drukken, want je betaalt per auto.We zijn zuinige Hollanders, nietwaar? Het is een particuliere plas met op het terrein ook een camping. Nadat de slagboom open gaat rijden we over de camping naar de plas. We parkeren de auto bij de zeecontainer. Deze bevat de apparatuur, die het mogelijk maakt om het onderwaterhuis op druk te brengen zodat je deze kunt openen en binnen kunt ademen. Via een monitor heb je zicht op het interieur van het huis.

De evenementencommissie is er al en ook iemand van de stichting “Het Twents Onderwaterhuis”. We krijgen een briefing en ook moeten we ons logboek met medische keuring en het vereiste brevet (minimaal 2* NOB of vergelijkbaar) laten zien. We maken haast met het omkleden, want we willen als eerste in het water liggen. Dan is het zicht nog goed. Te water gaan is hier niet moeilijk. Met een trapje kun je in- en uitstappen. Je trekt je vinnen aan, terwijl je steun zoekt aan het vlonder. Na de buddycheck volgen we de lijn. We komen op 5 m een afsplitsing naar rechts tegen. Rechtdoor ga je naar het onderwaterhuis. Eerst snel even iets naar links. Daar ligt een bootje, waar vaak een snoekbaars op ligt. Nu is deze er niet. Maar vooral in het voorjaar is deze roofvis op het dek van dit bootje te vinden. Als je te dichtbij komt, hapt hij naar je bril. Dat weet een duikmaatje van mij maar al te goed.

We gaan terug naar de lijn en naderen na enkele minuten het onderwaterhuis. Waar is de ingang? Ik zie wel een patrijspoort. Even naar binnen kijken. Ik zie een bankje en op de bodem ook de ingang. We moeten dus aan de onderkant zijn. Afdalen dus maar. Ik wenk mijn buddy. Hier moet je heen. Daar zie ik een koker. Ik kijk van onderaf naar binnen en zie een trapje. Volg mij, gebaar ik naar mijn maatje. Je hoeft niet eerst je vinnen uit te doen . De trap is een spijl met dwarsuitsteeksels. Je kunt simpel je voet met vin en al op deze “treden” plaatsen. In het begin klimt het gemakkelijk, maar dan komt je hoofd boven water en wordt het klimmen wat zwaarder. Zou ik de automaat uit kunnen doen? Voorzichtig proberen. Ik blaas niet helemaal uit .Je weet maar nooit. Maar inademen is geen probleem. Ik hijs me verder naar binnen en ga op het bankje zitten. Ook mijn buddy komt naar binnen. Ik hoor stemmen. Vincent roept naar ons. Hij kan ons zien vanuit de zeecontainer. Ik maak een foto van jullie roept hij. Wel een raar idee, dat je hier 10 meter onder water bent en kunt praten met je vrienden aan de wal. We hadden wat te eten mee moeten nemen. Er is ruimte voor 8 man. Zullen we wachten tot de anderen ook komen? Hoe zit het eigenlijk met de nultijden? Er heerst hier wel meer dan 2 bar druk. Als we hier te lang blijven kunnen we in deco komen. Ach zegt mijn buddy; dan moet je hier wel uren blijven zitten. Als we nou op 30 m zaten was het anders.Na 10 minuten wachten nog niemand te zien. We vinden het welletjes en verlaten het huis weer.

Op kompas gaan we naar de kant. Hopelijk zien we nog wat. Pas op 3 m zie ik een paar zwanenmosselen. Deze zijn veel groter dan zijn Zeeuwse soortgenoten. Kijk daar loopt de slang, die het huis van lucht moet voorzien. Nog iets verder zien we de lijn weer. Als we die naar rechts volgen, moeten we weer bij de vlonder komen. Daar zie ik de palen van de vlonder al. Deze zijn begroeid met kleine driehoeksmosselen. Als je goed kijkt, zie je sifonnetjes uit de deels geopende schelpjes steken. Kom je te dichtbij trekken ze de sifonnetjes in. Het doet me denken aan zakpijpen in Zeeland. Die trekken zich ook wat in als je te dichtbij komt.

We komen boven en ik zie Vincent al staan. Enthousiast toont hij mij de gemaakte foto op het schermpje van zijn camera. We staan er allebei op. Alleen zijn we jammer genoeg niet herkenbaar. In de weerspiegeling van de foto zie ik echter wel het gezicht van Vincent zelf. Nadat we de vinnen en de fles hebben afgedaan lopen we snel naar de monitor. Hopelijk zien we nog mensen in het huis. Jammer, de laatste is net weg. Als iedereen weer boven is en omgekleed kletsen we nog een tijdje na onder het genot van een hapje en een drankje. Het leven van een sportduiker is zo gek nog niet.