Duiken in en rond Almelo
Harry Brummelhuis
Als Twentenaar ben je niet in de gezegende omstandigheid om veel duikwater in de nabije omgeving te hebben. Toch zijn er een aantal plassen, die de moeite waard zijn om te bezoeken. Het Grasbroek bij Bornerbroek is een bekende plas. Daar is zelfs een onderwaterhuis op 10 m diepte. In 2005 ben ik daar in geweest. Een leuke ervaring. Als je de druk in het huis opvoert tot ruim 2 bar kun je de toegang aan de onderkant openen, zonder dat het huis volloopt. Maar daarover misschien later meer . Wij gaan duiken in de Leemslagenplas. Deze ligt ten westen van Almelo.
Op zaterdagmorgen meld ik me om 10.00 uur bij de poort van de plas. Mijn buddy is er al en heeft een sleutel. Deze plas is nl. niet vrij toegankelijk. De Almelose duikclub Galathea heeft wel toegang.
We parkeren onze auto’s voor het tweede hek en nemen een kijkje bij de plas. Zandauto’s hebben de toegangsweg tot een modderpad gemaakt. Ganzenkeutels liggen overal. Als je hier tegen zonsondergang bent , zie je tientallen ganzen boven je vliegen, die vervolgens landen op het water. We gebruiken een zeil om achter de auto te leggen, zodat we onze spullen schoon houden.
Na de buddycheck bij de auto gaan we te water. We willen naar de Urker viskotter, die op 24 meter diepte is afgezonken. Hoe zou het zicht nu zijn? Een paar weken eerder kon je tussen de 2 en 10 m geen hand voor ogen zien. Gelukkig is het nu beter. Tot de auto, die op 5 m ligt kun je redelijk goed zien. Even kijken of de snoek er is. Ja hoor. We zien de roofvis net de auto door het zijraampje verlaten. Hij verdwijnt in de mist. Dat betekent, dat de witte ondoorzichtige laag nog niet weg is. Met de lamp vlak boven het kompas verdwijnen we in de mist. Mijn buddy houdt mij vast bij de schouder om het contact niet te verliezen. Zien we de bodem nog? Nee, dat niet, maar ik voel hem wel met mijn linkervin.
We blijven een westelijke koers aanhouden. Op 10 m moeten we een lijn passeren. Ik hoop dat we die niet missen. Gelukkig wordt op 9 meter het zicht beter. Volgens mij zijn we te ver. Zal ik omkeren? Toch nog maar even rechtdoor … en ja hoor. Daar loopt een lijn. We kunnen deze naar links (zuidwaarts) of naar rechts volgen. Ik kies voor linksaf. Mijn buddy hoeft mij niet meer vast te houden. Het zicht is hier redelijk goed. Bij een wrakje zien we wat kleine baarsjes. De lijn loopt vanaf hier verder de plas in. Zonder lamp zou je nergens zijn. De wattendeken boven ons heeft alle licht weggenomen.
Op mijn computer zie ik dat we inmiddels 18 meter diep zitten. Geen enkel teken van leven te bespeuren. Ook de boot zie ik nog niet. Ik vraag om het OK-teken van mijn buddy. Met hem is het ook goed. De computer geeft aan dat we nog 31 minuten van de nultijd afzitten. De boot moet nu toch wel een keer in zicht komen. We willen niet in deco raken. Ook is het best wel koud hier, het is maar 6 graden.
Maar dan zien we de boot opdoemen. We naderen de boot vanaf de linkerkant (van achteren gezien). Is dat nou bakboord of stuurboord? Ach, wat maakt dat ook uit. We gaan naar links en zwemmen om de boeg heen. Vanaf daar loopt er ook weer een lijn. Die willen we straks volgen. We hebben nog 18 minuten tot deco. We gaan wat omhoog om over het dek de zwemmen. Nu hebben we ineens weer 23 minuten de tijd. Net langs de reling zien we weer wat baarsjes. Ze zijn erg sloom. Je kunt in dwars over de boot kijken. Zoveel zicht hebben we wel. De achterkant is niet te zien vanaf hier. We zwemmen naar achteren. Hee, het lijkt wel of ik vast zit. Mijn fles raakt de bovenkant van de stuurhut. Waren we bijna het ruim ingezwommen. Even iets achteruit en dan over de stuurhut verder naar achteren. Links om langs de reling terug om het touw te vinden, dat ons weer verder voert. Gevonden.
We zwemmen langs de lijn verder. Ook hier weer wat kleine baarsjes. Wat hebben die hier te zoeken in het desolate maanlandschap? De lijn maakt een bocht. Ik kijk op mijn kompas. We gaan weer naar de kant zie ik. Ik heb voor vertrek de kompasring zo ingesteld dat we de pijl in het haventje hebben als we weer naar de juiste oever zwemmen. We komen weer bij een wrakje. Hier geen leven te bekennen. We moeten weer door de mist verder. We gaan door een thermocline. Het water voelt nu warm aan. Het zicht wordt beter. Nog steeds oostwaarts verder. Op 5 meter raakt de oever wat begroeid. We gaan rechts af en blijven op deze diepte. De computer geeft aan dat we 3 minuten op deze diepte moeten blijven. Als we op deze diepte blijven, kunnen we doorzwemmen tot de auto. Hebben we meteen de veiligheidsstop gehad. Bij de auto links af en we komen dan bij de uitstapplaats.
Maar zover is het nog niet. We zien een redelijk grote baars. Ik herinner me dat vorig jaar tijdens een nachtduik plotseling een baars mijn lichtbundel binnen kwam en tot 3 keer toe een kleine soortgenoot naar binnen schrokte. Jammer dat ik dat niet op film heb. Nog een groot ganzenei op de bodem. Helaas verder geen vis meer gezien. Tijdens nachtduiken zie je ook nog wel eens grote palingen. Ook zie je vaak scholen voorntjes glinsteren in het zonlicht. Maar vandaag niet. Daar is de auto weer. Even onder de auto schijnen en op de achterbank. Nee, geen vis meer. Wacht nog enkele baarsjes bij de pedalen voor de bestuurderstoel.
Bijdraaien tot de kompasnaald in het haventje staat en na een minuut zijn we weer precies bij ons startpunt. We kijken elkaar aan. Het zicht was beter dan de vorige keer. Nog verder in het seizoen is de wattendeken hopelijk opgelost. Toch wel een leuke sport… duiken.

